| Taak |
De adaptatiefysiologie groep bestudeert de effecten van huisvesting en verzorging op fysiologische responsen van dieren in termen van immuun responsen, energie metabolisme en thermoregulatoire responsen en voortplantingsfuncties. Er wordt bestudeerd wat de effecten zijn van een ongunstige omgeving op deze belangrijke functies. Een doel is te bestuderen hoe dieren op kortere en lange termijn adapteren aan omgevingsstressors en wat de consequenties zijn voor de verschillende fitness kenmerken. De insteek van het onderzoek is daarom vaak multidisciplinair. Qua disciplinaire kennis zijn drie velden te onderscheiden: het energiemetabolisme onderzoek, het voorplantingsonderzoek en het immunologie onderzoek. Voor het energiemetabolisme onderzoek zijn 4 paren klimaat-respiratie kamers beschikbaar (van verschillende grootte). De belangrijkste functies van deze kamers zijn: 1. Het controleren van de omgeving. Dieren kunnen worden blootgesteld aan diverse omgevingscondities als klimaat (temperatuur, relatieve vochtigheid, tocht en vloertemperatuur), huisvesting (vloertype, lichtschema's groep vs individuele huisvesting), en luchtkwaliteit (O2, CO2, NH3, stof, bacteriƫn). 2.Het meten van het energiemetabolisme (warmteproductie) van dieren. De kamers worden gebruikt om adaptieve responsen te meten van dieren welke zijn blootgesteld aan verschillende omgevingsfactoren. Het voortplantingsonderzoek (dr. Nicoline Soede en dr. Wouter Hazeleger) bestudeert folliculaire groei en ontwikkeling, bronst en ovulatie, fertilisatie en vroege embryonale ontwikkeling. Onderzoekstechnieken zijn bijvoorbeeld echografie, endocrinologie, niet-chirurgische embryotransplantatie en niet-chirurgische metingen van uteruscontractie activiteit. Het belangrijkste modeldier in het onderzoek is het varken. Effecten van huisvesting, voeding en verzorging worden onderzocht. Het immunologieonderzoek (dr. Henk Parmentier) bestudeert humorale en cellulaire immuniteit, macrofaa |