| Abstract |
Bij de geboorte of baring geeft de ontsloten baarmoeder haar levende inhoud aan de buitenwereld af.
Indien dat niet op het juiste tijdstip gebeurt, d.w.z. niet na een volledige, diersoortspecifieke draagtijd,
dan gebruiken we bij dieren het woord
“
verwerpen
”
, een
uitdrukking die feitelijk een heel bijzondere
gevoelswaarde heeft. We beginnen te spreken van een vrucht of foetus wanneer de ontwikkeling van
een embryo zover is voortgeschreden dat de aanleg (dus niet de functie) van organen uitwendig en
inwendig is voltooid. De foetale ontwikkeling kan worden omschreven als een levensfase waarin een
zodanige groei en differentiatie van weefsels en cellen in de organen plaats vindt, dat deze organen
ook functioneren binnen het ge
ï
ntegreerd verband van een individu dat na de geboorte in de
buitenwereld kan overleven. De geboorte is voor de vrucht op de eerste plaats een verandering van
omgeving; de ontwikkeling van de vrucht gaat ook na de geboorte door, alleen de omstandigheden
worden anders. Dat wordt heel duidelijk wanneer we naar de buideldieren kijken. De duur van de
dracht is bij veel buideldieren korter dan, of gelijk aan de duur van hun ovari
ë
le cyclus. De feitelijke
geboorte vindt plaats kort nadat de embryonale ontwikkeling is afgesloten, en de baarmoeder heeft hier
dus funkties overgegeven aan de buidel. Maar ook bij onze huisdieren zien we grote verschillen in de
mate van ontwikkeling bij geboorte: we spreken niet voor niets over nestvlieders en nestblijvers, al
levert dat niet in alle gevallen een nauwkeurige onderverdeling op. Het zal uit het vervolg van mijn
betoog blijken dat genoemde scheiding van de ontwikkeling tussen een embryonale en foetale periode
niet altijd zinvol is, ja soms zelfs belemmerend kan werken op ons denken over de biologische
procesgang. Het onderscheid is beschrijvend en weerspiegelt in feite de manier waarop, dat wil zeggen
de technieken waarmee, dus meestal het niveau waarop, men de ontwikkeling bestudeert. |