| ECMO wordt gebruikt voor de behandeling van zeer ernstige cardiorespiratoire insufficiëntie bij de (bijna) terme pasgeborene. Hiervoor wordt doorgaans gebruikt gemaakt van veno-arteriële ECMO, waarbij veneus bloed uit de vena jugularis uit het lichaam gedraineerd wordt en via een rollerpomp naar de membraanoxygenator geleid wordt, waar zuurstof aan het bloed wordt toegevoegd. Het geoxygeneerde bloed wordt vervolgens via de arteria carotis communis weer aan het lichaam toegediend. Hier voor is permanente ligatie van de arteria carotis communis noodzakelijk. Dit kan gevolgen hebben voor de cerebrale perfusie en daardoor cerebrale pathologie op lange termijn. Om deze mogelijke schadelijke effecten te voorkomen is naar andere methoden van ECMO gezocht; met name veno-veneuze ECMO lijkt een goed alternatief. Hierbij wordt het bloed aan de veneuze zijde gedraineerd en ook aan de veneuze zijde weer teruggegeven. De voordelen van deze techniek zijn velerlei: a. het sparen van de arteria carotis communis, b. het handhaven van een pulsatiele cerebrale doorbloeding, omdat het hartminuutvolume volledig door het hart van de patiënt zelf verzorgd wordt terwijl deze in veno-arteriële ECMO gedeeltelijk door het ECMO circuit wordt overgenomen, c. vermijden van hyperoxie, d. perfusie van de long met geoxygeneerd bloed wat een gunstig effect kan hebben op bestaande pulmonale hypertensie. Voor de veno-veneuze ECMO zijn een aantal technieken ontwikkeld, waarvan twee de beste perspectieven lijken te hebben (single lumen tidal flow en double lumen continuous flow). Het doel van het deelonderzoek is om de gevolgen voor de cerebrale hemodynamiek en oxygenatie tijdens double lumen continuous flow veno-veneuze ECMO te bestuderen. |