| Via de hielprik controleert een arts baby s op een tekort aan schildklierhormoon. Bij kinderen met het syndroom van Down komt dit tekort relatief vaak voor. In veel gevallen gaat het om zogenaamde subklinische hypothroïdie. Daarbij zijn er geen klachten en is de concentratie schildklierhormoon in orde. De concentratie TSH (het hormoon waarmee de hypofyse in de hersenen de schildklier aanstuurt) is echter iets te hoog en de schildklier maakt net te weinig hormoon aan. Het onderzoek van kinderarts-endocrinoloog Paul van Trotsenburg wijst uit dat jonge kinderen met het syndroom van Down zich iets beter ontwikkelen als ze tijdens hun eerste levensjaren extra schildklierhormoon krijgen. |