KNAW

Onderzoek

Punishing Serious Violations of International Law

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Punishing Serious Violations of International Law
Looptijd 01 / 2000 - 12 / 2004
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1276619

Samenvatting

Het Genocide-Verdrag, door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 1948 aangenomen, bevat fraaie bepalingen over het tegengaan van genocide-achtige praktijken. Er werd echter niet voorzien in een toezichthoudend mechanisme. Weliswaar biedt het verdrag de mogelijkheid tot instelling van ¿such international penal tribunal as may have jurisdiction with respect to those Contracting Parties which shall have accepted its jurisdiction' (artikel VI), maar een dergelijk strafhof kon lange tijd niet tot stand worden gebracht, met name vanwege de Oost-Westtegenstelling maar ook vanwege het onvermogen een goede afbakening te geven aan de misdaden waarover het Hof jurisdictie zou krijgen. Te denken is aan de moeizame debatten over het begrip ¿agressie'. Mede onder invloed van de totstandkoming van twee ad hoc tribunalen - voor het voormalige Joegoslavië en Rwanda - raakte de discussie in the International Law Commission in de jaren 1993-1994 echter in een stroomversnelling, leidend tot de afronding van een Draft-Statute for an International Criminal Court in 1994. Na een uitvoerig debat op inter- gouvernementeel niveau in de jaren 1995-1998, werd het Statuut in de zomer van 1998 door een grote meerderheid van staten - 120 voor, 7 tegen (waaronder de VS en China) en 21 onthoudingen - aangenomen. Overeengekomen werd dat het Hof rechtsmacht zal krijgen op het terrein van genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, en in de toekomst waarschijnlijk op het vlak van agressie. Verder is voorzien in een duidelijke, min of meer zelfstandige rol voor de Openbaar Aanklager: ¿The Prosecutor may initiate investigations proprio motu (¿)' (artikel 15). Deze kan alleen worden tegengehouden door de VN-Veiligheidsraad, indien de vijf ¿veto-leden' daarover eensgezind zijn en zij bovendien voldoende steun hebben om tot een meerderheidsbesluit te komen. Het Statuut zal de komende jaren nader worden uitgewerkt - waarbij onder meer moet worden gedacht aan de ¿Elements of crimes' en ¿Rules of Procedure' - terwijl tevens moet worden gewacht op het moment waarop het Statuut van kracht wordt (na zestig ratificaties). Het onderzoeksproject beoogt de ontwikkelingen te volgen en daarop commentaar te leveren, zodra daartoe aanleiding is. Het sluit aan bij de aio-projecten over de materiële jurisdictie van het Internationale Strafhof (Boot) en over de individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor schendingen van het Internationale Humanitaire Recht (Van Sliedregt).

Samenvatting (EN)

The Treaty on Genocide, passed in 1948 by the General Assembly of the United Nations, contains lofty provisions on combating genocidal practices. However, it did not provide for any supervisory mechanism. It is true that the Treaty gives the opportunity to institute 'such in-ternational penal tribunal as may have jurisdiction with respect to those Con-tracting Parties which shall have accepted its jurisdiction' (Article VI), but the penal tribunal could not be set up for many years, particularly because of the East-West division, but also because of an inability to properly define the crimes over which the Court would have jurisdiction. We may think here of the difficult debates on the term 'aggression'. However, partly under the influence of the setting up of two ad hoc tribunals (those for the former Yugoslavia and Rwanda), the discussion in the International Law Commission moved up a gear in 1993 to 1994, leading to the finalization of a Draft Statute for an International Criminal Court in 1994. After an extensive debate at intergovernmental level during the years 1995 to 1998, the Statute was passed in the summer of 1998 by a large majority of states (120 for and 7 against, including the USA and China, and 21 abstentions). It was agreed that the Court should have jurisdiction in the field of genocide, war crimes and crimes against humanity, with 'aggression' probably to be added in future. The Statute also provided for a Public Prosecutor with a clear and more or less independent role: 'The Prosecutor may initiate investigations proprio motu (Y)' (Article 15). This can only be stopped by the UN Security Council, if the five members with the power of veto are in agreement on this, and if they also have sufficient support to achieve a majority decision. Further work will be done on the Statute in the next few years, with attention to the elements of crimes, and the rules of procedure, while also waiting for the Statute to come into effect (after sixty ratifications). The research project aims to follow developments and comment on them as soon as appropriate. This follows on from the Ph.D.-projects on the material jurisdiction of the International Criminal Court (Boot), on individual criminal liability for violations of international humanitarian law (Van Sliedregt), and on war crimes against women (de Brouwer).

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Classificatie

A83000 Rechtsorde
D41000 Rechtswetenschappen

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie