KNAW

Onderzoek

The Place of Human Rights in the Work of the Armed Forces

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel The Place of Human Rights in the Work of the Armed Forces
Looptijd 01 / 2000 - 12 / 2004
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1276626
Leverancier gegevens METIS Universiteit van Tilburg

Samenvatting

Sinds de val van de Berlijnse Muur en de daarmee gepaard gaande de- blokkade van de VN-Veiligheidsraad hebben de Verenigde Naties circa twintig vredesoperaties tot stand gebracht. De overgrote meerderheid daarvan heeft of had betrekking op intra-statelijke conflicten; bovendien speelt of speelde een aanzienlijke reeks van deze operaties zich af in zgn. failed states. Van belang is verder dat de grondslag van de operaties lang niet altijd meer expliciet en louter is gelegen in een bewaking of herstel van de (internationale) vrede en veiligheid, maar evenzeer in motieven van mensenrechtelijke aard. Zie daartoe bijvoorbeeld een aantal resoluties van de VN- Veiligheidsraad met betrekking tot het voormalige Joegoslavië (1992/757, 1992/771 en 1993/802), Somalië (1992/794 en 1993/814) en Rwanda (1993/812, 1994/912 en 1994/918). Nu kan in algemene zin worden gesteld dat vredesoperaties goed zijn voor de mensenrechten. Gericht als zij zijn op het normaliseren van situaties, dragen zij doorgaans bij aan het creëren van omstandigheden waarin de mensenrechten kunnen gedijen, of het nu gaat om de vrijheid van meningsuiting of de afwezigheid van martelpraktijken, dan wel het recht op voedsel, huisvesting of gezondheidszorg. Maar vredesoperaties en de overgangssituaties waarin zij doorgaans plaatsvinden kunnen soms lang duren, en vaak is in die periodes sprake van grootschalige schendingen van internationaal erkende mensenrechten en regels van Internationaal Humanitair Recht. Te denken is aan het niet doorlaten van humanitaire hulp, met name voedsel en medicijnen, het gewelddadig afdwingen van bekentenissen, het standrechtelijk executeren van willekeurige burgers, gedwongen volksverhuizingen en het ontstaan van vluchtelingenstromen, slechte behandeling van krijgsgevangenen, het gijzelen van onschuldige burgers, de afwezigheid van een functionerend rechtssysteem, het vernietigen van eigendommen, het ontzeggen van de vrijheid van meningsuiting, enzovoorts. Dergelijke schendingen van het internationale recht zijn vaak met lede ogen aangezien door de ¿VN-vredesoperateurs', omdat de omstandigheden hen ertoe dwongen, omdat zij getalsmatig te zwak waren vertegenwoordigd, omdat hun wapenuitrusting tekortschoot, omdat zij andere prioriteiten hadden, omdat hun mandaat te beperkt was, of omdat hulpverlening aan de ene partij leidde tot partijdigheid in de ogen van de andere. De uitvoering van VN-vredesoperaties roept dan ook een reeks van vragen op in relatie tot de realisering van de mensenrechten: Moeten militairen te velde toezien op de naleving van de mensenrechten, en zo ja, is dit dan een juridisch afdwingbare plicht, een bevoegdheid of een morele opdracht? En wat houdt ¿toezien op de naleving precies in', alsook: welke rolverdeling dient op dat punt te worden overeengekomen met andere actoren, zoals mensenrechtenorganisaties (NGO's), de VN-Veiligheidsraad, de mensenrechtenrapporteurs van de VN, en afzonderlijke staten (al dan niet zijnde degene die ook de militairen voor de desbetreffende vredesoperatie leveren).

Samenvatting (EN)

Since the fall of the Berlin Wall and the resulting unlocking of the UN Security Council, the United Nations has carried out around twenty peacekeeping operations. The large majority of these have related to civil conflicts, and a considerable number of operations have taken place in so-called 'failed states'. It is also significant that these operations are by no means always explicitly and exclusively aimed at maintaining or restoring international peace and security, and are equally motivated by human rights considerations. On this, see for example a number of UN Security Council Resolutions relating to former Yugoslavia (1992/757, 1992/771 and 1993/802), Somalia (1992/794 and 1993/814) and Rwanda (1993/812, 1994/912 and 1994/918). Peacekeeping operations can of course generally be said to be good for human rights. Directed as they are towards restoring normality, they generally contribute to creating circumstances in which human rights can thrive, whether this relates to freedom of expression or freedom from torture, the right to food, accommodation or health care. However, peacekeeping operations and the unsettled situations in which they normally take place can sometimes persist for long periods, and often these are periods characterized by large-scale violations of internationally acknowledged human rights and rules of international humanitarian law. We may think here of the refusal to allow in humanitarian aid, in particular food and medicines, the use of violence to elicit confessions, the summary execution of civilians, the forced transfer of populations and the creation of streams of refugees, the bad treatment of prisoners of war, the kidnapping of innocent civilians, the absence of any functioning legal system, the destruction of property, the denial of freedom of expression, and so on. Such violations of international law are often observed by 'UN peacekeepers' who are forced in the circumstances to do nothing, whether because they are too few in number or inadequately armed, because they have other priorities or their mandate is too limited, or because any help provided to one side is seen as partisan in the eyes of the other. The carrying out of UN peacekeeping operations therefore also raises a number of questions in relation to achieving human rights: should soldiers in the field supervise compliance with human rights, and if so, is this a legally enforceable duty, an authorization to act or a moral duty? And in any case, what does supervising compliance mean exactly, and how should the roles be defined on this point with other players such as human rights organizations (NGOs), the UN Security Council, the UN human rights reporters, and individual states (whether or not those supplying the soldiers for the relevant peacekeeping operation).

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Classificatie

A83000 Rechtsorde
A87000 Politieke betrekkingen en internationale betrekkingen
D41000 Rechtswetenschappen

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie