KNAW

Onderzoek

The Link between the WTO and the ILO

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel The Link between the WTO and the ILO
Looptijd 01 / 2000 - 12 / 2004
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1276647

Samenvatting

Voorafgaand aan en tijdens de eerste Ministeriële WTO-Conferentie (Singapore, december 1996) is uitvoerig gedebatteerd over het vraagstuk van de 'sociale clausule'. Daarbij dreigden talrijke Derde Wereldlanden, alsook een aantal toonaangevende geïndustrialiseerde landen, de Conferentie te laten mislukken indien zou worden bepaald dat de vrije wereldhandel voortaan aan banden zou worden gelegd door aan het productieproces fundamentele, arbeidsrechtelijke eisen te stellen. In Singapore werd besloten het probleem 'door te schuiven' naar de ILO. Inmiddels heeft de ILO, mede in reactie op het WTO-esluit van december 1996, tijdens de Internationale Arbeidsconferentie van juni 1998 een nieuwe declaratie aangenomen (de 'Declaration on Fundamental Principles and Rights at Work'), waarin zij verklaart dat alle leden van de ILO, 'even if they have not ratified the Conventions in question', de plicht hebben 'to promote and to realize, in good faith and in accordance with the Constitution, the principles concerning the fundamental rights which are the subject of those Conventions, namely: (a) freedom of association and the effective recognition of the right to collective bargaining; (b) the elimination of all forms of forced or compulsory labour; (c) the effective abolition of child labour; and (d) the elimination of discrimination in respect of employment and occupation.' Aan de nieuwe Declaratie is ook een aanscherping van het bestaande toezicht gekoppeld: 'annual reviews' van de statenpraktijk, resulterend in jaarlijkse 'global reports'. De vooruitgang die aldus lijkt te zijn geboekt, vond evenwel geen weerspiegeling tijdens de tweede Ministeriële WTO-Conferentie (Genève, mei 1998). Deze was, blijkens het Nederlandse verslag, mede bedoeld als een Conferentie 'die controversiële kwesties als arbeidsnormen zou dienen te vermijden' (TK, 1997-1998, 25074, nr. 11, 15 juni 1998). Dit complex leidt tot de volgende onderzoeksvragen: - Er bestaat een evidente spanning tussen volledige vrije mededinging en het stellen van sociale eisen aan het productieproces (deze kunnen concurrentievervalsend werken). Hoe ver kan het stellen van dergelijke eisen gaan, bij de huidige stand van het Europese en het internationale recht? Is deze problematiek te vergelijken met de spanning die bestaat tussen volledige vrije mededinging en de mogelijkheid van nationale beleidsvorming rond ethische kwesties (zie project 4.5.4)? Hoe ver kunnen NGO's vanuit hun specifieke verantwoordelijkheid gaan in het stellen van sociale eisen (daarbij al dan niet oogluikend gesteund door nationale en supranationale overheden), zonder in strijd te komen met de regels van de vrije mededinging? Is deze problematiek te vergelijken met de problemen rond het stellen van eisen op ethische gronden (zie project 4.5.4)? - Hoe gaan WTO en ILO nader inhoud geven aan de beginselafspraken van Singapore 1996 en welke 'rolverdeling' tussen bedrijven, NGO's en overheden is daarbij voorzien? - Wat levert een vergelijking met ontwikkelingen binnen NAFTA op?

Samenvatting (EN)

There was extensive debate both before and during the first Ministerial WTO conference (Singapore, December 1996), on the issue of the 'social clause'. A large number of Third World countries, as well as some leading industrialized countries, threatened to allow the Conference to fail in the event of a decision meaning that free world trade would in future be restrained by far-reaching demands on working conditions throughout the production process. In Singapore, it was decided to pass the problem on to the ILO. In the meantime the ILO, partly in reaction to the WTO decision of December 1996, has issued a new declaration (the 'Declaration on Fundamental Principles and Rights at Work' passed at the International Labor Conference of June 1998), in which it declares that all members of the ILO 'even if they have not rati-fied the Conventions in question', are under a duty 'to promote and to realize, in good faith and in accordance with the Constituti-on, the prin-ciples concerning the fundamental rights which are the sub-ject of those Conventions, namely: (a) freedom of association and the effective recognition of the right to collective bargaining; (b) the elimination of all forms of forced or compulsory labor; (c) the effective abolition of child labor; and (d) the elimination of discrimination in respect of employment and occupation.' The new Declaration is accompanied by a tightening up of the existing supervisory arrangements, in which 'annual reviews' of states' practices will result in annual 'global reports'. However, the progress that appears to have been made was not reflected at the second Ministerial WTO Conference (Geneva, May 1998). According to the Dutch report, this was partly intended to be a Conference 'which should avoid controversial questions such as standards on working conditions' (parliamentary report, Dutch Lower House, 1997-1998, 25074, No. 11, 15 June 1998). This set of facts leads to the following research questions: - there is an obvious tension between completely free competition and the imposition of social requirements on the production process (they can distort competition). How far is it possible to go in imposing such requirements, given the current state of European and international law? Can this problem be compared with the tension between completely free competition and the possibility of national policy making on ethical questions (see project section 4.5.4)? - How far can NGOs go, from their specific areas of responsibility, in imposing social requirements (whether or not supported by national and supranational authorities turning a blind eye), without coming into conflict with the rules of free competition? Can this be compared with the problems with the imposition of requirements on ethical grounds (see project section 4.5.4)? - How will the WTO and the ILO continue to interpret the agreements in principle from Singapore 1996, and what division of roles is envisaged between companies, NGOs and authorities is envisaged here? - What is yielded by a comparison with developments within NAFTA?

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Classificatie

A50000 Economie
A83000 Rechtsorde
D41000 Rechtswetenschappen

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie