| Bij dreigende milieuschade hebben staten het recht en de plicht om die schade te voorkomen dan wel te bestrijden, ook al heerst er rond het risico in kwestie wetenschappelijke onzekerheid. De toepasselijkheid en omvang van dit recht en deze plicht zijn wel gekoppeld aan een reeks randvoorwaarden. Deze drie factoren, namelijk recht, plicht en randvoorwaarden vormen de hoofdmoot in het proefschrift van Arie Trouwborst over het voorzorgsbeginsel in het internationaal recht. Het voorzorgsbeginsel verschijnt regelmatig in het nieuws, bijvoorbeeld in verband met Kyoto of de afschaffing van de mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee. De strekking van het beginsel is dat het voordeel van de twijfel altijd gaat naar het milieu. Het voorzorgsbeginsel is niet alleen een van de belangrijkste, maar ook een van de meest besproken milieurechtelijke beginselen. Critici vinden het beginsel te vaag, onwerkbaar, dan wel slecht voor de economie. Sommigen vragen zich zelfs af of het wel in het recht thuishoort. Trouwborst laat zien dat deze vraag inmiddels volledig achterhaald is: onder tientallen milieuverdragen en het internationaal gewoonterecht zijn staten, inclusief Nederland, simpelweg gehouden het beginsel toe te passen. Bovendien is veel van de vrees voor radicale gevolgen ongegrond. Het beginsel in het internationaal recht is immers voorzien van allerhande waarborgen. |