| Meestal gaat het goed, een doelgerichte beweging maken bijvoorbeeld met een lepel soep naar je mond. Bij mensen van wie de motoriek verstoord is als gevolg van een hersenbeschadiging, vormt nauwkeurig bewegen een groter probleem. Ze bewegen traag, hebben een verhoogde stijfheid van ledematen en laten een vergrote rompverplaatsing zien tijdens reikbewegingen. Dominique van Roon onderzocht of mensen met een spastische cerebrale parese (CP) deze symptomen tijdens een reikbeweging konden sturen zodat ze nauwkeuriger kunnen bewegen. Jongeren met CP en mensen zonder hersenbeschadiging voerden taken uit waaruit bleek dat jongeren met CP grotendeels dezelfde strategieën gebruikten als de gezonde proefpersonen. Wanneer een armbeweging nauwkeuriger moest worden uitgevoerd bewogen zij langzamer, verhoogden zij de stijfheid van de arm door schouderspieren gezamenlijk aan te spannen, en bewogen zij hun romp meer naar voren. Deze typerende kenmerken van de motoriek van mensen met CP moeten dus niet enkel gezien worden als primaire gevolgen van het hersenletsel. Het lijken tenminste voor een deel functionele aanpassingen te zijn. Het corrigeren van afwijkend motorisch gedrag door middel van therapie is volgens Van Roon dan ook niet per se de beste keuze. |