| In het onderzoek staat de vraag centraal of wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden afgeroomd, worden ontnomen of dat een combinatie van afromen en ontnemen moet worden gehanteerd, zoals thans in het strafrecht het geval is. Onderzocht wordt in hoeverre geldboetes een afromend effect in zich hebben. Aan de hand van de wetshistorie zal worden bekeken of bij de vaststelling van de hoogte van de geldboetes rekening is gehouden met winstontnemende motieven. Zodra is vastgesteld in welke gevallen geldboetes een afromend effect in zich hebben, kan worden gekeken naar de verschillen tussen het afromen van wederrechtelijk verkregen voordeel en het ontnemen ervan en naar de knelpunten die tussen beide sancties bestaan. Daarnaast kan worden bezien of het huidige systeem van voordeelsontneming niet leidt tot rechtsongelijkheid en dubbele bestraffing, nu twee afzonderlijke sancties met geheel eigen karakteristieken voor hetzelfde doel kunnen worden ingezet, namelijk de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Een onderzoek naar de rechtspraak (koppeling van de ontnemingsuitspraak aan de uitspraak in de hoofdzaak) is hierbij onontbeerlijk. Het uiteindelijke doel van dit onderzoek is om te komen tot een antwoord op de vraag: 'Wat is de beste manier om wederrechtelijk verkregen voordeel aan de verdachte/veroordeelde te ontnemen?', of te wel de vraag: afromen of ontnemen? Bij het beantwoorden van deze vraag zal ook gekeken worden naar het Duitse recht op dit gebied. Wellicht kan het Duitse recht, dat de basis heeft gevormd voor onze ontnemingsmaatregel, inspiratie geven voor een goede oplossing. |