KNAW

Research

Phenotypical and functional characterization of the CD4pos and CD8pos allorepertoire

Pagina-navigatie:


Update content


Title Phenotypical and functional characterization of the CD4pos and CD8pos allorepertoire
Period 09 / 2001 - 09 / 2005
Status Completed
Dissertation Yes
Research number OND1282118

Abstract

The introduction of new techniques for the visualization of antigen-specific T cells, like antigen/peptide-induced cytokine production and direct staining of T cell receptors through MHC/peptide tetrameric complexes has strongly changed our understanding of the quantitative aspects of antigen-specific T cell stimulation in vivo. Moreover, increasing insight into T cell subset distribution provides an ever better picture of homing and differentiation processes occurring after antigenic stimulation of T cells. In preliminary studies use has been made of allo-antigen induced intracellualr interferon-gamma production in order to visualize directly class I and calss II allospecific cells. This new technology enables the accurate characterization of the expansion and differentiation of allospecific T cells in vitro and ex vivo and the determination of how these processes are being influenced by immunosuppressive medication. Specifically the following questions will be answered in this project:
1) How do allospecific CD4+ and CD8+ T lymphocytes develop phenotypically and functionally in vitro? T cell subset differentiation (determined with CD45RA, CD28, CD27 and CCR7 markers) and expression of effector molecules (perforin, granzymes, CD95 ligand, interferon-gamma and tumour necrosis factor-alpha) will be related to the number of cell divisions. The development of allo-specific cells will be studied starting from naive, memory and effector T cells.
2) Does the strength of the allo-antigenic signal determine the degree of expansion and/or differentiation?
3) Are the different differentiation stages of allo-antigen reactive T cells differentially sensitive to different immunosuppressive agents?
4) Does the allo-antigenic repertoire contain T cell receptors that are able to cross-react with microbial antigens?
5) Does kidney transplantation change the subset compartmentalization and does this have consequences for expansion and differentiation parameters?

Abstract (NL)

De introductie van nieuwe technieken voor de visualisatie van antigeen-specifieke T-cellen, zoals antigeen/peptide-geïnduceerde cytokine-productie en directe aankleuring van T-cel receptoren middels MHC/peptide tetramere complexen, heeft ons begrip van de kwantitatieve aspecten van antigeen-specifieke T-cel stimulatie in vivo sterk veranderd. Daarnaast geeft voortschrijdend inzicht in T-cel subset verdeling een steeds beter beeld van homing en differentiatieprocessen die optreden na antigene stimulatie van T-cellen. In vooronderzoek hebben wij gebruik gemaakt van allo-antigeen geïnduceerde intracellulaire interferon-gamma productie om klasse I en klasse II allospecifieke cellen direct zichtbaar te maken. Deze nieuwe technologie maakt het ons nu mogelijk om expansie en differentiatie van allospecifieke T-cellen in vitro en ex vivo nauwkeurig te karakteriseren en te bepalen hoe deze processen worden beïnvloed door immunosuppressieve medicatie. Specifiek zullen in dit project de volgende vragen worden beantwoord:
1) Hoe ontwikkelen allospecieke CD4+ en CD8+ T-lymfocyten zich fenotypisch en functioneel in vitro? T-cel subset differentiatie (bepaald met CD45RA, CD28, CD27 en CCR7 merkers) en expressie van effector-moleculen (perforine, granzymen, CD95 ligand, interferon-gamma, en tumor necrosis factor-alfa) zullen worden gerelateerd aan het aantal celdelingen dat is doorgemaakt. De ontwikkeling van allospecifieke cellen zal worden bestudeerd uitgaande van gezuiverde naïeve, memory en effector T-cellen.
2) Bepaalt de sterkte van het alloantigene signaal de mate van expansie en/of differentiatie?
3) Zijn de verschillende differentiatiestadia van alloantigeen-reactieve T-cellen differentieel gevoelig voor verschillende immunosuppressiva?
4) Bevat het alloantigene repertoire T-cel receptoren die kunnen kruisreageren met microbiële antigenen?
5) Verandert niertransplantatie de subset compartimentalisatie en heeft dit gevolgen voor expansie- en differentiatie- parameters?

Related organisations

Related people

Project leader Prof.dr. R.J.M. ten Berge
Project leader Prof.dr. R.A.W. van Lier
Doctoral/PhD student Dr. T. Tilburgs

Classification

A70000 Public health and health care
D21500 Histology, cell biology
D21800 Immunology, serology
D23220 Internal medicine

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation