De introductie van nieuwe technieken voor de visualisatie van antigeen-specifieke T-cellen, zoals antigeen/peptide-geïnduceerde cytokine-productie en directe aankleuring van T-cel receptoren middels MHC/peptide tetramere complexen, heeft ons begrip van de kwantitatieve aspecten van antigeen-specifieke T-cel stimulatie in vivo sterk veranderd. Daarnaast geeft voortschrijdend inzicht in T-cel subset verdeling een steeds beter beeld van homing en differentiatieprocessen die optreden na antigene stimulatie van T-cellen. In vooronderzoek hebben wij gebruik gemaakt van allo-antigeen geïnduceerde intracellulaire interferon-gamma productie om klasse I en klasse II allospecifieke cellen direct zichtbaar te maken. Deze nieuwe technologie maakt het ons nu mogelijk om expansie en differentiatie van allospecifieke T-cellen in vitro en ex vivo nauwkeurig te karakteriseren en te bepalen hoe deze processen worden beïnvloed door immunosuppressieve medicatie. Specifiek zullen in dit project de volgende vragen worden beantwoord: 1) Hoe ontwikkelen allospecieke CD4+ en CD8+ T-lymfocyten zich fenotypisch en functioneel in vitro? T-cel subset differentiatie (bepaald met CD45RA, CD28, CD27 en CCR7 merkers) en expressie van effector-moleculen (perforine, granzymen, CD95 ligand, interferon-gamma, en tumor necrosis factor-alfa) zullen worden gerelateerd aan het aantal celdelingen dat is doorgemaakt. De ontwikkeling van allospecifieke cellen zal worden bestudeerd uitgaande van gezuiverde naïeve, memory en effector T-cellen. 2) Bepaalt de sterkte van het alloantigene signaal de mate van expansie en/of differentiatie? 3) Zijn de verschillende differentiatiestadia van alloantigeen-reactieve T-cellen differentieel gevoelig voor verschillende immunosuppressiva? 4) Bevat het alloantigene repertoire T-cel receptoren die kunnen kruisreageren met microbiële antigenen? 5) Verandert niertransplantatie de subset compartimentalisatie en heeft dit gevolgen voor expansie- en differentiatie- parameters? |