| Onder tekst wordt in dit onderzoek verstaan een opeenvolging van met elkaar samenhangende zinnen of uitingen. Zowel schriftelijke als mondelinge taal wordt aangeduid met de term tekst. De doelstelling van dit programma is rekenschap te geven van de wijze waarop zinnen en uitingen in een tekst met elkaar samenhangen. Deze samenhang is geen statisch gegeven; opeenvolgende zinnen veranderen steeds de representatie die opgebouwd wordt. Iedere nieuwe zin of propositie verandert de representatie die op dat moment is opgebouwd, doordat bijvoorbeeld nieuwe entiteiten worden ingevoerd of veranderd, of predikaten worden toegevoegd of veranderd. Er is zodoende sprake van een dynamisch en incrementeel proces. De expressies in de tekst zijn instructies om die representaties te veranderen. Het programma zal een bijdrage leveren aan een theorie over linguïstische processen bij het opbouwen van de representatie, alsook over de cognitieve processen bij het construeren van een representatie in tekstproductie en in tekstbegrip. Een van de uitdagingen van dit onderzoeksprogramma is de convergentie te bewerkstelligen tussen een taalkundige benadering en een cognitieve benadering van tekstrepresentatie. De ervaring in het vorige programma is dat taalkundige theorieën over tekst claims maken over taalverwerking die om empirische toetsing vragen en dat omgekeerd inzichten in taalverwerking en taalproductie constraints opleggen aan taalkundige theorieën over tekst. Hierin ligt het wetenschappelijk belang van dit programma. |