| Wanneer patiënten met kanker in het hoofd-halsgebied worden bestraald, liggen de grote speekselklieren waaronder de oorspeekselklier (glandula parotis) vaak helemaal of voor een deel in het bestralingsveld. Daardoor kunnen patiënten na de bestraling last krijgen van een permanent droge mond. Judith Roesink geeft een gedetailleerde beschrijving van het effect van bestraling op de functie van de oorspeekselklier. Na de bestraling neemt de speekselafscheiding in de loop van de tijd af. Maar een jaar na de behandeling herstelt de functie zich, afhankelijk van de gemiddelde dosis straling in de oorspeekselklier. Roesink vergeleek verschillende meetmethoden voor de speekselvloed. De directe metingen van de hoeveelheid speeksel met zuignapjes op de uitvoergangen van de klier geven de beste correlatie met de gemiddelde dosis. Wanneer de meting met zuignapjes niet mogelijk is, bieden nucleaire technieken een goed alternatief. De exact bepaalde dosis/volume-parameters die van invloed zijn op de functie van de oorspeekselklier, kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkómen van dit functieverlies. De preventie van schade door de straling zal gezocht moeten worden in nieuwe bestralingstechnieken, zoals IMRT (intensity modulated radiation therapy) en in de beschermende effecten van farmaca. Uit dierexperimenteel onderzoek bleek, dat het voor de bestraling geven van het middel pilocarpine het functieverlies van de oorspeekselklier vermindert. |