| Het milieubeleid in Nederland is de afgelopen jaren op verschillende onderdelen gedecentraliseerd naar gemeenten. Een nieuwe verantwoordelijkheid, die in veel gemeenten ook een nieuwe manier van werken vergt. Gemeentelijke milieudiensten die van oudsher vooral gericht waren op uitvoering, moeten nu een langetermijnstrategie ontwikkelen en zich opstellen als volwaardige discussiedeelnemers. Dana Kamphorst vroeg zich in haar onderzoek af wat de consequenties zijn van deze verschuiving van verantwoordelijkheden. De promovendus onderzocht met name hoe gemeenten erin slagen het milieubeleid in te passen in het eerste Investeringsbudget Stedelijk Vernieuwing (ISV). Daarbij verloor ze meer theoretische aspecten niet uit het oog. Welke betekenis geven gemeenten bijvoorbeeld aan begrippen als omgevingskwaliteit en duurzaamheid ? En in welke vorm krijgen die abstracte concepten uitwerking? Kamphorst komt tot de slotsom dat de decentralisatie in elk geval leidt tot veel variatie. Maar ze constateert ook dat de veranderingen in sommige gemeenten moeizaam verlopen. Integratie in het ISV zonder verplichting van Rijk of provincies leidt niet tot veel creativiteit of uitzonderlijke milieuresultaten, zegt ze. En het gebruik van abstracte beleidsconcepten zonder verplichting of financiering geeft vaak aanleiding tot vaagheid of meervoudige interpretaties. Soms komt de gewenste manier van werken gewoonweg niet tot stand. Bij die gemeenten beperkt het milieubeleid zich bij wijk- of stedelijke vernieuwing voornamelijk tot de rijksverplichtingen die nog wel zijn overgebleven. |