| Probleemstelling: Bij de aandacht die tot op heden aan de Nederlandse Verlichting en aan de opkomst van een nieuwe 'Republiek der Letteren' in de achttiende eeuw is geschonken, is nooit de rol van de architectuur, de meest publieke van alle kunsten, onderzocht. Door middel van in Nederland verschenen publicaties en de aandacht voor bouwkunst binnen de culturele genootschappen werd gedurende de lange achttiende eeuw (1680.1840) een groeiend publiek voor de productie en receptie van architectuur gecreëerd. Dit publiek, samengesteld uit geleerden, ontwikkelde leken en architecten, dat zich via in omvang en verscheidenheid toenemende publicaties nadrukkelijk in het Nederlandse architectuurdiscours manifesteerde, is in de architectuurgeschiedschrijving tot nu toe geheel buiten beschouwing gebleven. Methode: Inventarisatie, selectie, analyse en presentatie van Nederlandse teksten over architectuur en architectuurtheorie, gepubliceerd in de periode ca. 1680-1840 die zich uitstrekt van traktaten, essays ('proeven'), gepubliceerde redevoeringen, artikelen in tijdschriften, spectators, bundels, encyclopedieën tot aan de belletrie, en wetenschappelijke positionering van dit corpus van teksten in de architectuurgeschiedschrijving. Doelstelling: Aantonen dat in tegenstelling tot de opvatting in de geschiedschrijving die architecten eenzijdig als belangrijkste 'auctores' voorstelt, het ontwikkelde publiek, door middel van in Nederland verschenen publicaties in de periode 1680-1840 een zeer belangrijke rol speelde in de transformatie van de architectuur van ambacht tot de meest publieke van de kunsten, een status die het tot op heden heeft weten te handhaven. Toevoeging van een tot nu toe verwaarloosd maar fundamenteel element aan de internationale discussie naar vorm en betekenis van de architectuurtheorie en het ontstaan van de architectuurkritiek. Beoogd resultaat: Een engelstalig boek, alsmede tussentijdse verslaglegging door middel van voordrachten en artikelen aan een forum van (internationale) onderzoekers. Wetenschappelijk belang: Het onderzoek specificeert de betekenis van Nederlandstalige teksten over architectuur en en positioneert het corpus van teksten in de internationale geschiedschrijving van de architectuurtheorie, waarin Nederland tot op heden ten onrechte een zeer marginale plek heeft. Door onderzoek naar de participatie van het publiek dat in architectuurgeschiedschrijving tot op heden ontbreekt, opent het de wetenschappelijke discussie en reikt het een voorstel aan tot herdefinitie van het begrip architectuurtheorie. Door de onderlinge relaties tussen architectuur, architectuurtheorie en cultuurgeschiedenis zichtbaar te maken fungeert het tevens als Nederlandse case-study van een breed georiënteerd onderzoek naar de groei van de publieke opinie in het architectuurdebat in Europese context. Algemeen onderzoekprogramma: Het onderzoek maakt deel uit van het facultaire onderzoekzwaartepunt 'transformatie van stad en land' an de Faculteit der Letteren VU en is gesitueerd binnen de sectie 'Nederlandse architectuur en stedenbouw' van de Onderzoekschool Kunstgeschiedenis, waarbinnen gestreefd wordt naar methodologisch vernieuwend onderzoek en architectuurtheorie als onderzoekthema nadrukkelijk vermeld is. |