KNAW

Onderzoek

Opsporen en toetsen (nieuwe) biologische bestrijders van trips

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Opsporen en toetsen (nieuwe) biologische bestrijders van trips
Looptijd 01 / 2002 - 12 / 2005
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1283944

Samenvatting

Gewassen: kasteelten (met nadruk op roos, chrysant, komkommer), gladiool en dahlia, buitenteelten
Probleemstelling: Een belangrijk knelpunt bij de implementatie van geïntegreerde of gecertificeerde teelt is de beheersing van trips. In veel kasteelten kan californische trips niet voldoende met reeds beschikbare natuurlijke vijanden op een laag niveau gehouden worden. In vollegrondsgroente gewassen is met name de tabakstrips een probleem. In de bollenteelt vormt naast de tabakstrips de gladiolentrips een groot probleem zowel op het veld als bij de bewaring. Voor de biologische bestrijding van deze plagen zijn momenteel alleen natuurlijke vijanden beschikbaar die voor californische trips in glasgroententeelten ontwikkeld zijn. Natuurlijke vijanden zijn in het algemeen geselecteerd op werkzaamheid in vruchtgroenten-gewassen en er wordt te weinig rekening gehouden met de rol van de plant in de interactie tussen plaag en biologische bestrijder. Daarnaast heeft het systematisch opsporen en toetsen van natuurlijke vijanden van trips nooit voldoende plaatsgevonden.
Doelstelling(en):
- Een inventarisatie maken van op dit moment bekende natuurlijke vijanden en pathogenen van genoemde tripssoorten en deze beoordelen en eventueel toetsen op hun potentiële geschiktheid als biologische bestrijders (verbreding van inzetbaarheid).
- Zoeken naar nieuwe natuurlijke vijanden en pathogenen van genoemde tripssoorten en deze eventueel toetsen op hun potentiële geschiktheid als biologische bestrijders (verbreding van het spectrum van biologische bestrijders).


[Resultaten 2002 en 2003]:
Er is een lijst van mogelijke natuurlijke vijanden van trips gemaakt.
Uit de lijst met potentiële natuurlijke vijanden is de schimmel Entomophthora thripidum als zeer perspectiefvol geselecteerd.
Uit de lijst met potentiële natuurlijke vijanden zijn enkele breedwerkende roofmijten geselecteerd en in kweek genomen. Eén is op meelmijten te kweken; voor de overige is vooralsnog stuifmeel nodig. Van twee van deze roofmijten is uit PT onderzoek gebleken dat deze het op komkommer beter doen dan A. cucumeris.
Er is een proef uitgevoerd waarbij 8 verschillende soorten roofmijten zijn getoetst tegen trips op drie verschillende gewassen (chrysant, roos en komkommer). Doel van deze proef was te onderzoeken of de verschillende gewassen een geschikt habitat voor de roofmijten kunnen zijn en hoe de effectiviteit is in vergelijking tot de standaard A. cucumeris. Gebleken is dat de invloed van het gewas op de roofmijten groot is. In elk gewas waren het andere roofmijtensoorten die zich het best konden handhaven.
[(Verwachte) resultaten 2004]:
1 augustus 2004 verliep het beslismoment voor Entomophthora proeven. Omdat het niet gelukt is geïnfecteerde trips te verkrijgen (zie werkplannen PRI) is er een no-go voor dit thema.
In het najaar zal een proef uitgevoerd worden op chrysantenplanten met het Photorhadustoxine (indien een go voor Photorhabdustoxine, zie beslismomenten). Dit zal duidelijkheid geven over de effectiviteit van het geformuleerde product tegen californische trips op plantniveau. Bij no-go zal het budget besteed worden aan het roofmijtenonderzoek (zie 2005)
[Verwachte resultaten 2005]:
Door middel van een proef op plantniveau zal er duidelijkheid ontstaan over de geschiktheid van de nieuwe roofmijtensoorten als bestrijder van californische trips in chrysant.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Projectleider Ir. E.A.M. Beerling

Bovenliggende onderzoeksactiviteit(en)

Classificatie

A21000 Landbouw en tuinbouw
D22100 Microbiologie
D22500 Plantkunde

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie