[Gewassen]: tulp, lelie, gladiool, hyacint, freesia, iris, narcis, sluitkool, aardbei. [Probleemstelling]: Om minder afhankelijk te zijn van chemische middelen wordt een milieu en mensvriendelijke behandeling ontwikkeld om plagen die optreden tijdens de bewaring tegen te gaan. Dit is mogelijk door korte Controlled Atmosphere behandelingen. Met een gewijzigde luchtsamenstelling, lager zuurstof en/of hoger koolstofdioxide gehalte, worden bollen, knollen en pootgoed vrijgemaakt van insecten en mijten. Het gaat om een korte behandeling waar het gewas tegen bestand is en de plaag niet. Het is een schone behandeling die in gesloten luchtdichte ruimten wordt uitgevoerd en waarbij geen residu op de bollen/knollen/planten achterblijft. De behandelingen zijn mogelijk te verbeteren met zeer kleine hoeveelheden GNO s (Gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong), uit project LNV 397 II 2.1.3. PPO-B&B 320750. [Fasering]: Allereerst wordt op mijt/ insect niveau een dodende behandeling uitgezocht waarbij vele combinaties van luchtsamenstelling bij een geschikte temperatuur worden uitgeprobeerd. De hieruit voorkomende plaagbestrijdende behandelingen worden vervolgens op de betreffende gewassen met hun plaagorganisme getoetst. Na optimalisatie van de behandeling wordt de invloed van de behandeling op de kwaliteit van het betreffende gewas zonder plaagorganisme in aparte proeven beoordeeld. Wanneer een effectieve behandeling zonder meetbaar negatieve invloed op de kwaliteit van het betreffende gewas is uitgezocht, zullen schaalvergrotende proeven worden opgezet gevolgd door demo proeven bij de eindgebruikers. Voor 2005 betekent dit: 1. Tulp; Doorteelt en afbroei van in 2004 behandelde bollen om de effectiviteit en de kwaliteit te beoordelen. Demo proeven bij de eindgebruikers. 2. Narcis; Proeven met aangetaste bollen voor optimalisatie van de CA behandeling. 3. Lelie; Optimalisatie van de CA behandeling in combinatie met andere mijtdodende bestrijdingsmethoden. 4. Gladiool; Proeven met aangetaste en gezonde partijen gladiolen om de CA behandeling te optimaliseren en effect op kwaliteit te beoordelen. 5. Aardbei; Proeven met aangetaste en gezonde partijen aardbeiplanten. De meest perspectiefvolle ULO/CA-behandelingen worden op semi-praktijkschaal toegepast, gevolgd door een uitplantproef om het effect op de kwaliteit van de planten te toetsen. [Bestaande kennis]: In vele landen wordt gezocht naar alternatieve ruimtebehandelingen die bijvoorbeeld de begassing van methylbromide kunnen vervangen. De Universiteit van California houdt een lijst bij met de tot nu toe tot stand gekomen Controlled Atmoshere behandelingen voor insectenbestrijding. In 2001 is deze lijst bijgewerkt voor het 8th International CA Conference. Hoewel bloembollen niet in deze lijst voorkomen, zijn er wel plaaginsecten die nauw verwant zijn aan de plaaginsecten en mijten die in bloembollen en aardbei voorkomen. Voor de bestrijding van tulpengalmijt is in dit project een CA behandeling ontwikkeld. Een korte ULO (Ultra Low Oxygen = een laag zuurstofgehalte) behandeling bestrijdt galmijten in tulpenbollen. Van andere mijten en insecten zijn de resultaten bemoedigend en moet de plaag/gewas combinatie nog onderzocht worden. [Beoogde resultaten]: Plaagbestrijdende behandelingen met gewijzigde luchtsamenstelling. Deze behandelingen kunnen per gewas/plaagcombinatie verschillen. Voor enkele plagen zullen GNO s nodig zijn voor het gewenste bestrijdings resultaat. De behandelingen zijn direct toepasbaar omdat er geen toelating van middelen behoeft te worden aangevraagd en gasdichte ruimten voorhanden zijn. Voor 2005 betekent dit: 1. Tulp; Een voor de telers toe te passen ULO behandeling. 2. Narcis; Een CA behandeling die de mijten in aangetaste bollen bestrijdt. 3. Lelie;Een combinatie van CA en een andere mijtdodende bestrijdingsmethode, die in te zetten is tegen de bollenmijtplaag in lelie. 4. Gladiool; Een CA behandeling die gladiolentripsen op gladiolenknollen volledig bestrijdt en niet van invloed is op de kwaliteit van het plantgoed. 5. Aardbei; Een CA behandeling die de aardbeimijt bestrijdt en niet van invloed is op de kwaliteit van de aardbei stekken [Kennisoverdracht]: Publicatie in vakbladen van telers. Tijdens opendagen en lezingen zullen resultaten uitgedragen worden aan de belanghebbenden. Het project zal in 2005 afgesloten worden met een eindrapport.
Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |