| Traditioneel opinie-onderzoek schept een ongenuanceerd beeld van de mening van Nederlanders over Moslims. Dit blijkt uit het promotie-onderzoek van Christine Carabain. Tijdens traditioneel opinie-onderzoek naar de mening van Nederlanders over Moslims wordt in het algemeen aan respondenten gevraagd of zij het eens zijn met stellingen zoals verreweg de meeste Moslims willen zich aanpassen aan de Nederlandse samenleving . Ondervraagden zijn volgens Carabain bij dit type vraagstelling niet in staat om te nuanceren en lossen dit probleem op door te kiezen voor een neutraal antwoord. De ondervraagden kiezen dus voor de gulden middenweg, wanneer zij een positieve mening hebben van een deel van de Islamitische bevolking en een negatieve mening hebben over een ander deel van de Islamitische bevolking in Nederland. Dit gemiddelde wordt dan geprojecteerd op alle Moslims. Tijdens het promotie-onderzoek van Carabain werden respondenten ook open vragen gesteld naar hun mening over Moslims. Uit de antwoorden op deze vragen bleek dat wanneer onderzoekers de ondervraagden een kans gaven hun antwoorden te nuanceren de meerderheid van de ondervraagden deze kans met beide handen grijpt. De overgrote meerderheid van de ondervraagden maakten bij het beantwoorden van open vragen een systematisch onderscheid tussen hun mening over Moslim extremisten en hun mening over gematigde Moslims. Saillant detail: dit onderzoek vond plaats in de maanden direct na de moord op cineast Theo van Gogh op 2 november 2004 door Moslim extremist Mohammed Bouyeri. De dader werd door de ondervraagden niet als representatief gezien voor de Islamitische bevolking in Nederland, maar als vertegenwoordiger van een kleine groep radicale moslims. |