| Onder depressieve patiënten, maar zeker ook onder ouderen binnen die groep, bestaat behoefte aan een alternatief voor medicijnen tegen depressie (antidepressiva). In de meeste gevallen van aanhoudende neerslachtigheid zijn geprotocolleerde psychotherapieën even effectief als medicatie; desondanks worden gesprekstherapieën nauwelijks in de huisartsenpraktijken aangeboden. Anneke van Schaik laat zien dat interpersoonlijke psychotherapie (IPT) zo n wetenschappelijk bewezen effectieve vorm van psychotherapie is, die goed werkt bij de ouderen en prima past in de huisartspraktijk. Van Schaik onderzocht of interpersoonlijke psychotherapie (IPT) effectiever is dan de gebruikelijke zorg door de huisarts; daarnaast keek ze of IPT te introduceren is in de huisartsenpraktijk. Tweederde van de praktijken die waren benaderd, wilde meewerken. Ook bleken GGZ instellingen geïnteresseerd in een nauwe samenwerking met de huisartsen. GGZ therapeuten waren eveneens gemotiveerd om IPT aan te leren en in de huisartsenpraktijken uit te voeren. Van de patiënten die in aanmerking kwamen voor IPT, was 70 procent gemotiveerd. Vrijwel alle huisartsen, therapeuten en patiënten beoordelen de interventie positief. IPT blijkt met name een toegevoegde waarde te hebben bij patiënten met matige tot ernstige depressie, ondanks dat de therapie-effecten relatief klein waren. De effecten van enkelvoudige therapie-interventies zijn over het algemeen beperkt, net als het effect van medicatie. Meer resultaat levert zogenaamde stepped care strategie op. Daarbij worden verschillende strategieën (medicatien en gesprekstherapie) afgewisseld of gecombineerd, al naar gelang de patiëntvoorkeur en waargenomen effecten van beide interventies. IPT past volgens Van Schaik goed binnen een dergelijke persoonlijke aanpak. |