| In Europa komen bij varkens momenteel drie verschillende subtypen van het influenzavirus voor: H1N1, H3N2 and H1N2. Het percentage besmette vleesvarkens en zeugen varieert van 20 tot 80%. Er is weinig bekend over hoe het virus zich verspreidt. Dierenarts Willie Loeffen deed onderzoek bij 53 uitbraken van acute luchtwegproblemen bij vleesvarkens. Hij toonde aan dat het influenzavirus in meer dan de helft van de gevallen de oorzaak was van de luchtwegproblemen. Het virus bleek vaak al te circuleren bij gespeende biggen (biggen van 4-9 weken die niet meer bij hun moeder zijn). Loeffen constateerde verder dat vleesvarkens vooral in het begin van de mestperiode al een infectie opliepen als er gespeende biggen op hetzelfde bedrijf aanwezig waren. Dit in tegenstelling tot de gespecialiseerde vleesvarkensbedrijven, waar de infecties gemiddeld later optraden. Dit alles suggereert dat gespeende biggen een reservoir kunnen zijn voor het influenzavirus. Het geeft ook aan dat het belangrijk is om op een bedrijf goed in kaart te brengen wanneer de infecties optreden voordat er bijvoorbeeld gevaccineerd wordt. Hoewel hierover uit het veld weinig betrouwbare informatie bekend is, kan vaccinatie de gevolgen van een influenza infectie beperken. Vaccinaties werken echter alleen heel specifiek tegen één ziektekiem. Huisvestings- en managementmaatregelen hebben als voordeel dat ze tegen meer ziekten tegelijk kunnen werken. Zo heeft Loeffen twee jaar lang in het veld luchtfiltratie en hygiënemaatregelen geëvalueerd. Dankzij deze maatregelen is het aantal influenza-infecties aanzienlijk gedaald. Hoewel het de vraag is of dit soort maatregelen en de investeringen die ermee gemoeid zijn, kosteneffectief zijn voor influenza alleen, bieden zij in een bredere context, waarbij reductie van diverse ziektekiemen tegelijk gewenst is, wel perspectief. |