| Campylobacter is een bacterie die gastro-enteritis kan veroorzaken bij de mens. Geschat wordt dat er jaarlijks in Nederland ongeveer 300.000 mensen een campylobacter infectie doormaken. In een klein deel van de gevallen treden na de gastro-enteritis neurologische problemen op in de vorm van het Guillain-Barré-syndroom en het Miller-Fischer syndroom. De bacterie komt bij veel diersoorten voor die ook allemaal drager kunnen zijn. Verondersteld wordt dat pluimveevlees de belangrijkste besmettingbron voor de mens is. Besmetting van de mens kan plaatsvinden door direct contact met pluimveevlees en/of via kruisbesmetting in de keuken. Het onderzoek dient meer inzicht te verschaffen in verschillen in ziekteverwekkend vermogen tussen campylobacter-stammen, waardoor bestrijding gerichter kan plaatsvinden. De (a)specifieke afweer van de kip wordt in kaart gebracht waardoor in de toekomst sturing van deze afweer in een meer beschermende respons mogelijk is en waardoor een opening geboden wordt de 'vrije periode' van 10 dagen te verklaren en mogelijk te verlengen. Het project levert bruikbare analysemethoden van genotyperingsdata die inzicht geven in de epidemiologie. Hierdoor worden risicofactoren voor de mens duidelijker. Het project evalueert en verbetert zonodig de isolatiemethoden voor campylobacter en verbetert de determinatie van de geïsoleerde stammen. VOORTGANG 2002:* Weerstand van het kuiken tegen Campylobacter: in 2000 en 2001 is uit experimenten met verschillende kippenlijnen gebleken dat de immunologische respons tegen Campylobacter sterk verschillend is van lijn tot lijn. In 2002 zal in de verschillende lijnen worden nagegaan in hoeverre deze verschil in respons een invloed heeft op het verschil in aanslaan van infectie. Deze gegevens geven inzicht in de natuurlijke weerstand van de kip tegen Campylobacter. Omdat niet alleen commerciële lijnen meegenomen zijn maar ook meer traditionele rassen, zal duidelijk worden of de selectie op productie de weerstand tegen Campylobacter af heeft doen nemen. Met de fokkerij integraties zal overlegd worden in hoeverre in lijnen voor de traditionele en de biologische houderij, dieren met sterke responsen c.q. natuurlijke weerstand worden ingebracht. * Kolonisatie van Campylobacter in het kuiken: met de huidige kolonisatie aantallen in de kip, is het nagenoeg onmogelijk een veilig eindproduct te produceren wanneer men uitgaat van besmette koppels. Wanneer we in staat zijn in het levende dier de kolonisatie van Campylobacter substantieel terug te dringen, is er een reductie van de besmetting van het eindproduct. Via de weg van decontaminatie van eindproducten kan eenzelfde doel bewerkstelligd worden (effect van decontaminatie wordt nagegaan in programma 367). In hoeverre een reductie van het aantal Campylobacters een reductie geven van de kans dat de mens een infectie oploopt, wordt geanalyseerd in een project dat samen met het RIVM wordt uitgevoerd. Om meer inzicht te krijgen in de factoren die de kolonisatie beinvloeden, wordt het gedrag van stammen vergeleken met behulp van micro-arrays. Het uiteindelijke doel is om meer inzicht te krijgen in de factoren die van invloed zijn op de kolonisatie (zowel vanuit de kip als vanuit de bacterie). Dit kan mogelijk leiden tot een gerichte sturing van de Campylobacter kolonisatie waardoor uiteindelijk een minder besmet product aan de consument wordt aangeboden. * Typering en diagnostiek In het kader van de epidemiologie zijn diagnostiek, identificatie en typering noodzakelijk. In het verleden is gebleken dat de gevoeligheid van de diagnostiek te wensen overlaat waardoor bepaalde bronnen voor de mens niet kunnen worden opgespoord. In internationaal verband (ISO-voorschriften) worden analyse methoden verbeterd en geharmoniseerd. In aanvulling op de verbetering van de diagnostiek worden typeringsmethoden gebruikt voor de tracering. Uit onderzoek is bekend dat sommige Campylobacterstammen over de tijd niet stabiel zijn. De mate van veranderingen over de tijd en de invloed op de gegevens die nodig zijn voor het gebruik in de epidemiologie zullen in 2002 nagegaan worden nu in 2001 duidelijk geworden is met welke methoden dergelijke veranderingen het beste gemeten kunnen worden. In het campylobacteronderzoek is zeer nauwe samenwerking met diverse groepen van het RIVM (epidemiologie en LIO). De gegevens leveren directe informatie voor de analyse van epidemiologische gegevens en zijn daarmee sterk beleidsondersteunend in de beschrijving van de risicofactoren voor de mens. Communicatie: Er is zeer nadrukkelijke overleg met de sector (afzonderlijke bedrijven en georganiseerd bedrijfsleven, PVE). Net als in 2001 zullen resultaten in de Pluimveehouderij en andere vakbladen gepubliceerd worden. De informatie uit dit project is ondersteunend in het beleid voor voedselveiligheid: in hoeverre kan de natuurlijke weerstand van het dier optimaal benut worden om toch tot een veilig eindproduct te komen en hoe betrouwbaar kunnen de gegevens uit de epidemiologie geïnterpreteerd worden om een duidelijke analyse te kunnen geven van de risicofactoren voor de mens. Samenwerking vindt plaats met de ministeries van VWS en LNV, de Keuringsdienst van Waren, RIVM en Faculteit Diergeneeskunde |