| In de periode 1961-1973 groeide het tijdschrift Museumjournaal uit tot spreekbuis van een wisselend gezelschap jongere museummedewerkers, die het blad uitbouwden tot hét tijdschrift over moderne kunst in het Nederlands taalgebied. Onder hoofdredacteur Wim Beeren en zijn opvolgers werd de beeld- en oordeelsvorming over kunst sterk bepaald door een affiniteit met vernieuwende eigentijdse kunst en het denken vanuit de wederzijdse betrekkingen tussen die kunst en het sociaal-culturele domein. In tegenstelling tot de oriëntatie op expressionistische kunstvormen die tot 1960 ook in Museumjournaal tot uiting was gekomen, ontwikkelden de redacties in de jaren zestig een voorkeur voor een meer theoretisch en reflexief georiënteerd kunstbegrip. Die houding werkte ook door in hun visie op het museum voor moderne kunst en de kunstbeschouwing. Hoewel een deel van de ideeën in het toenmalige Museumjournaal gedateerd is geraakt, verschaft het de onontbeerlijke historische bedding bij recente discussies over de maatschappelijke verankering van beeldende kunst en het museum. |