| Josina Rijkelijkhuizen zocht uit wat de effecten zijn van excentrische inspanning (verlenging van de spier) op de spiereigenschappen. Excentrische activiteit kan leiden tot spierbeschadiging en kan daarmee het prestatievermogen van een spier beïnvloeden. Een uur na afloop van excentrische, concentrische (spierverkorting) en isometrische (constante spierlengte) inspanning, ontstond bij elke vorm zogeheten "low-frequency fatigue" (LFF). Dit betekent dat de krachten tijdens stimulatie met lage frequenties sterker gedaald waren, dan krachten bij hoge frequenties. De LFF was echter het grootst na excentrische activiteit en bij korte spierlengten. Onze spieren worden in het dagelijks leven voornamelijk met lage frequenties aangestuurd; LFF zou daarom grote gevolgen kunnen hebben voor onze spierfunctie.Rijkelijkhuizen onderzocht vervolgens een mogelijke strategie om de effecten van LFF op te heffen, namelijk potentiatie van de spier. Potentiatie is de verhoging van de submaximale spierkracht door voorafgaande spieractiviteit. De effecten van LFF blijkt potentiatie grotendeels te kunnen compenseren, behalve bij korte spierlengten. Deze resultaten wijzen erop dat LFF optreedt in het dagelijks leven en voornamelijk relevant zou kunnen zijn bij spieractiviteit op korte lengten. Voor haar experimenten maakte Rijkelijkhuizen gebruik van kuitspieren van de rat. De spier werd deels vrij geprepareerd van de omringende weefsels en aan één zijde met de pees aan een meetinstrument verbonden, een zogeheten krachtopnemer. Elektrische stimulatie van de zenuw prikkelde de spier. Volgens Rijkelijkhuizen is dit model geschikt voor het onderzoek, aangezien zij eerder aantoonde dat de kracht van de kuitspier in deze opstelling niet via andere paden dan de pees weglekt (zogenaamde myofasciale krachtoverdracht). |