| Een open hartoperatie (OHO) impliceert zowel langdurige algehele anesthesie als uitvoerige intra-thoracale manipulaties. Dit heeft nadelige gevolgen voor het respiratoire systeem en voor de pulmonale functies in het bijzonder. Een van de belangrijkste gevolgen van deze pulmonale functiestoornissen is een aanzienlijke toename van de kans op het ontwikkelen van postoperatieve pulmonale complicaties (PPCs). PPCs zijn de belangrijkste oorzaak van postoperatieve mortaliteit en morbiditeit. Afhankelijk van de definitie varieert de PPC incidentie na een open hartoperatie tussen de 7.5% (pneumonie) en de 80% (atelectase). Preventie van PPCs is een primair doel van de zorg, waaronder de klinische fysiotherapie, in ziekenhuizen. Om PPCs te voorkomen heeft de fysiotherapeut verschillende interventies tot zijn beschikking. Wetenschappelijke studies tonen echter aan dat fysiotherapeutische interventies weinig effectief zijn wanneer ze pas post-operatief worden toegepast bij OHO-patiënten die reeds een PPC hebben ontwikkeld. Dit in tegenstelling tot preventief, pré-operatief, uitgevoerde fysiotherapeutische interventies, die een beschermend effect lijken te hebben ten aanzien van het voorkomen van PPCs. Het uitvoeren van fysiotherapeutische interventies voorafgaande aan een OHO is echter meer uitzondering dan regel. Deze studie richt zich op deze omissie en onderzoekt het effect van pré-operatieve fysiotherapie op het voorkomen van PPCs bij OHO. |