KNAW

Research

A prospective study into the spreading and early tracing of tuberculosis...

Pagina-navigatie:


Update Research data


Title A prospective study into the spreading and early tracing of tuberculosis in Northern Holland by means of DNA fingerprint (RFLP) analysis
Period 09 / 2001 - 04 / 2006
Status Completed
Dissertation Yes
Research number OND1289093
Data Supplier Website ZonMw

Abstract

1: is het mogelijk om voor geclusterde tuberculosepatiënten, vooral bij hen die niet bij contactonderzoek gevonden zijn, na te gaan hoe, wanneer en waar transmissie heeft plaats gevonden. 2: in hoeverre is er tussen -binnen een beperkte tijdsperiode- geclusterde patiënten een epidemiologische relatie aan te tonen waardoor onderlinge transmissie aannemelijk is. De tuberculose-incidentie in Nederland behoort tot de laagste in de wereld. Deze gunstige situatie wordt, althans voor een deel, toegeschreven aan de goed georganiseerde tuberculosebestrijding. Het contactonderzoek maakt een belangrijk onderdeel uit van de tuberculosebestrijding in Nederland. Hierbij worden contactpersonen van besmettelijke tuberculosepatiënten onderzocht om zo recent geïnfecteerden in een vroeg stadium op te sporen en verdere transmissie te voorkomen. Voor dit contactonderzoek is men aangewezen op de informatie, die van een tuberculosepatiënt verkregen wordt betreffende diens sociale contacten. Analyse van het DNA-patroon van Mycobacterium tuberculosis isolaten wordt in Nederland en elders sinds enkele jaren gebruikt om transmissie van tuberculose te bestuderen. Een groep patiënten met tuberculose van wie de M. tuberculosis isolaten een identiek DNA-patroon vertonen wordt een cluster genoemd. Als vastgesteld wordt dat meerdere patiënten zich binnen een beperkte tijdsperiode (b.v. 2 jaar) in zo'n cluster voordoen, bestaat er vaak een epidemiologisch verband tussen deze patiënten: er heeftdan tijdens die periode waarschijnlijk transmissie van tuberculose tussen die patiënten plaats gevonden. Bij hen heeft vervolgens zo'n recent opgelopen infectie geleid tot actieve ziekte. Voorgaand retrospectief onderzoek in Amsterdam, waarbij van DNA-fingerprinting gebruik werd gemaakt, liet zien dat slechts een kleine minderheid (6%) van geclusterde en dus waarschijnlijk recent geïnfecteerde personen, die al tuberculose ontwikkeld hadden, door middel van conventioneel contactonderzoek gevonden waren (1). Vergelijkbaar onderzoek in andere stedelijke gebieden in geïndustrialiseerde landen leverde identieke resultaten op (2-4). Dit suggereert dat het contactonderzoek bij het detecteren van transmissie van tuberculose tekort schiet. Aan de andere kant zijn er ook aanwijzingen dat clustering, met name in meer rurale gebieden, niet altijd het gevolg hoeft te zijn van onderlinge, recente transmissie (5). In Nederland bevindt tuberculose zich bijna in de eliminatiefase. In deze fase trekt de ziekte zich als het ware terug in risicogroepen, zoals illegale immigranten, verslaafden en dak- en thuislozen. De eigenschappen van deze groepen brengen met zich mee dat enerzijds het risico voor transmissie van tuberculose, zowel binnen de groepen zelf als daarvanuit naar de algemene bevolking, verhoogd is, terwijl anderzijds een gedegen contactonderzoek bemoeilijkt wordt. Om de transmissieketen van tuberculose te doorbreken is het van belang om het contactonderzoek bij deze ziekte te verbeteren dan wel om andere vormen van preventie aan te wenden. Het al in uitvoering zijnde onderzoek waarvoor een deelsubsidie wordt aangevraagd is alleen mogelijk dankzij de wijze waarop de tuberculosebestrijding in Nederland georganiseerd is en is zowel in Nederland als daarbuiten uniek. Sinds kort kunnen bacteriën die tuberculose veroorzaken getypeerd worden door middel van DNA-analyse. Onderzoek heeft aangetoond dat tuberculosepatiënten, bij wie de gekweekte bacteriën een identiek DNA-patroon vertonen, in veel gevallen elkaar recent besmet hebben. Een dergelijke groep patiënten wordt een cluster genoemd. In geïndustrialiseerde landen blijken deze clusters veel vaker voor te komen dan gedacht werd. Zeer vaak zijn met het gebruikelijke contactonderzoek deze recente besmettingen niet vastgesteld. Bij het onderzoek waarvoor subsidie aangevraagd wordt, wordt van alle bacteriën, die bij de tuberculosepatiënten in Noord-Holland, die tussen 1 juli 1998 en 1 juli 2000 gediagnosticeerd worden, zijn geïsoleerd, het DNA-patroon bepaald. De hierbij gevonden gegevens betreffende de vorming van clusters worden vergeleken met de resultaten van uitgebreide interviews die bij alle patiënten, die hiervoor toestemming hebben gegeven, afgenomen worden. Doel hiervan is om bij de geclusterde patiënten na te gaan hoe, wanneer en waar onderlinge besmetting met tuberculose heeft plaats gevonden. Daarbij wordt ook nagegaan of clustering wel in alle gevallen het gevolg is van onderlinge, recente besmetting. De resultaten van dit onderzoek kunnen leiden tot een verbeterde wijze van contactonderzoek en eventueel tot andere vormen van tuberculosepreventie.

Related organisations

Related people

Supervisor Prof.dr. R.A. Coutinho
Doctoral/PhD student Dr. H. van Deutekom

Classification

A70000 Public health and health care
D24200 Health education, prevention

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation