KNAW

Research

Evaluation of universal HIV-screening of alle pregnant women in Amsterdam

Pagina-navigatie:


Update Research data


Title Evaluation of universal HIV-screening of alle pregnant women in Amsterdam
Period 01 / 2001 - unknown
Status Completed
Research number OND1289138
Data Supplier Website ZonMw

Abstract (NL)

Welk percentage van de zwangeren in Amsterdam neemt deel aan universele HIV-screening op naam en wat zijn de redenen om te weigeren? 2.Wat is de extra opbrengst van universele HIV-screening van alle zwangeren in Amsterdam t.o.v. gerichte screening op basis van vragen naar risicofactoren? 3.Wat zijn de psychosociale en maatschappelijke gevolgen voor HIV-positieve vrouwen die via dit screeningsprogramma worden opgespoord? De kans op overdracht van HIV van een geïnfecteerde moeder naar haar kind is 15-40%. Transmissie kan plaatsvinden tijdens de zwangerschap, rondom de bevalling en via borstvoeding. Door toepassing van anti-retrovirale middelen aan moeder en kind, eventueel gecombineerd met een keizersnede en het onthouden van borstvoeding kan de verticale transmissiekans thans worden teruggebracht tot 1-2% (1,2). Het kennen van de HIV-status van een zwangere vrouw is door deze ontwikkeling van groot belang geworden om verticale transmissie te voorkomen. Het op de hoogte zijn van een eventuele HIV-infectie is eveneens in het belang van de vrouw zelf, nu wij beschikken over krachtige anti-retrovirale middelen die de prognose voor HIV-geïnfecteerden drastisch veranderd hebben van een altijd dodelijke aandoening in een behandelbare (zeer ernstige) chronische ziekte. Vanwege de verbeterde therapeutische mogelijkheden heeft de Gezondheidsraad onlangs een actief HIV-test beleid geadviseerd met name voor zwangeren (3); elke zwangere vrouw moet gevraagd worden naar risicofactoren voor HIV en indien deze aanwezig zijn of bij twijfel dient een HIV-test te worden aangeboden. In steden met een relatief hoge prevalentiezoals Amsterdam beveelt de Raad aan een onderzoek in te stellen ter vergelijking van algemene screening met de risicogroep benadering. Sinds 1988 worden in twee Amsterdamse ziekenhuizen (AMC, OLVG) en een verloskundige praktijk alle zwangeren met toestemming nagekeken op HIV. In de periode 1995-1998 wrden in totaal 7267 zwangeren getest en bij 34 van hen werd een HIV-infectie vastgesteld. Bij 23 van de 34 was een risicofactor voor HIV aanwezig en bij 9/34 niet (2 onbekend). In de periode 1995-1997 werd bij 43 kinderen in Nederland een HIV-1 infectie vastgesteld; 36/43 kinderen waren via verticale transmissie geinfecteerd (4). Het is niet precies bekend hoeveel van deze 36 kinderen uit Amsterdam afkomstig waren. In het AMC te Amsterdam werd in de afgelopen jaren bij gemiddeld drie kinderen per jaar een symptomatische HIV-infectie vastgesteld waarbij de moeder achteraf HIV-positief bleek. Onlangs is onderzocht of universele HIV screening van alle zwangeren in Amsterdam kosteneffectief is (5). In de diverse doorgerekende opties bleek HIV-screening kostenbesparend, d.w.z. dat de financiële baten de investering overtreffen. Door toepassing van anti-retrovirale middelen aan een HIV geïnfecteerde moeder en de pasgeborene eventueel in combinatie met een keizersnede en het onthouden van borstvoeding kan de verticale transmissiekans van HIV zeer sterk worden teruggebracht (van rond de 15-40% tot 1-2%). Aangezien het kennen van een eventuele positieve HIV status ook in het belang van de vrouw zelf is, heeft de Gezondheidsraad onlangs geadviseerd bij alle zwangeren te vragen naar risicofactoren voor HIV en indien deze aanwezig zijn een HIV-test aan te bieden. In steden met een relatief hoge HIV-prevalentie beveelt de Raad aan algemene screening te vergelijken met de risicogroep benadering. Een onlangs uitgevoerde kosten-batenanalyse heeft laten zien dat voor Amsterdam HIV-screening van alle zwangeren een gunstige kosteneffectiviteit heeft. Hier wordt voorgesteld te onderzoeken hoeveel meer HIV-positieve zwangeren in Amsterdam gevonden kunnen worden door universele HIV-screening t.o.v. gerichte screening en wat dit betekent voor de kosteneffectiviteitanalyse. Voorts zal worden nagegaan wat de psychosociale en maatschappelijke gevolgen zijn voor HIV-positieve vrouwen die via dit programma worden opgespoord. De via dit onderzoek verkregen gegevens kunnen gebruikt worden voor besluitvorming over implementatie van vergelijkbare screeningsprogramma's in andere stedelijke gebieden in Nederland.

Related organisations

Related people

Project leader Prof.dr. R.A. Coutinho
Project leader Dr. J.A.R. van den Hoek

Classification

A73000 Primary health care and second-line health care
C40000 Women's studies
D23200 Organs and organ systems
D24200 Health education, prevention

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation