KNAW

Research

Societal and normative criteria in the empirical evaluation of prevention

Pagina-navigatie:


Update content


Title Societal and normative criteria in the empirical evaluation of prevention
Period 04 / 2001 - 10 / 2003
Status Completed
Research number OND1289184
Data Supplier Database Zorg Onderzoek Nederland ZON

Abstract

Research questions are: Do the results of standard cost-efficacy analyses of preventive interventions differ from the observed preferences of the population? Is it possible to resolve such differences into differences in preference for the time and age at which the health effects occur and into differences in the assessment of the health status by young people and elderly, respectively?

Abstract (NL)

Verschillen de uitkomsten van standaard kosten-effectiviteitsanalyses (KEA) voor preventieve interventies van de waargenomen voorkeuren van de bevolking? Zijn dergelijke verschillen te herleiden tot verschillen in voorkeur voor het tijdstip en de leeftijd van het optreden van de gezondheidseffecten en verschillen in waardering voor gezondheidstoestand door jongeren resp. ouderen? Er is toenemende vraag naar de wetenschappelijke basis van preventieve activiteiten, zoals onder meer blijkt uit het ZON-programma Preventie. Het methodologisch instrumentarium voor de evaluatie van effecten van primaire en secundaire preventie is ver ontwikkeld. De vraag naar de doelmatigheid van preventieprogramma's kan met kosteneffectiviteitsonderzoek (KEA) in kaart worden gebracht. In KEA's worden uitkomsten en kosten van (preventieve) interventies onderling vergelijkbaar gemaakt, wat zowel optimalisering binnen een programma als vergelijking tussen programma's mogelijk maakt. Deze onderlinge vergelijkbaarheid wordt nagestreefd door op ongelijksoortige interventies een standaardmethodologie toe passen (Gold 1996). Daarin worden keuzen gemaakt, waarvan verondersteld wordt dat ze gebaseerd zijn op maatschappelijke voorkeuren of die zijn afgeleid onder de aanname van algemeen economisch evenwicht. Voor effecten betreft dat bijv. de waardering van gezondheidsuitkomsten, voor kosten en effecten bijv. een uniforme disconteringsvoet. Waar KEA's een belangrijke bijdrage leveren aan het systematisch in kaart brengen van effecten en kosten is het de vraag of de resulterende kosteneffectiviteitsratio's, met name bij het vergelijken van zeer ongelijksoortige interventies (bijv. preventie versus curatie; preventie met korte-termijn effecten versus met lange-termijn effecten; preventie bij ouderen versus bij kinderen) een getrouwe afspiegeling vormen van de feitelijke maatschappelijke voorkeuren en hoe ze zich verhouden tot ethische criteria. Het voorgenomen onderzoeksprogramma is gericht op verdere ontwikkeling van methoden voor evaluatie van preventie en het expliciteren van de rol van maatschappelijke en ethische overwegingen bij kosteneffectiviteitsonderzoek in de besluitvorming over preventie. Het gaat in dit onderzoek om drie onderwerpen, waarbij de rol van 'tijd' en 'leeftijd' in de evaluatie centraal staat: tijdvoorkeur voor gezondheidseffecten (1), de waardering van gezondheidseffecten door personen van verschillende leeftijden (2), en de verdeling van gezondheidseffecten naar leeftijd (3). Ad 1: Een gelijke en constante disconteringsvoet voor kosten en effecten werkt in het algemeen in het nadeel van preventie, en is minder noodzakelijk dan vaak wordt geclaimd (Brouwer 1999). Ad 2: Er zijn aanwijzingen dat waarderingen voor gezondheidstoestanden met de standaardmethode 'time trade-off' verschillen tussen ouderen en jongeren. Dit kan theoretisch zowel in het voor- als in het nadeel van de doelmatigheidsuitkomsten van voorzieningen voor ouderen werken. Ad 3: Een vraag is of gezondheidseffecten die ten goede komen aan ouderen resp. jongeren maatschappelijk gezien even belangrijk worden gevonden (Edgar 1998). Kosten-effectiviteitsanalyse (KEA) kan een belangrijke bijdrage leveren aan het systematisch in kaart brengen van kosten en effecten van preventieve en curatieve interventies. Het is echter de vraag in hoeverre rangordes van kosten-effectiviteitsratio's, berekend volgens de huidige standaardmethoden, overeenstemmen met de werkelijke maatschappelijke voorkeuren voor prioritering, en hoe ze zich verhouden tot ethische criteria voor de verdeling van schaarse middelen. Deze vragen spelen vooral bij het vergelijken van zeer ongelijksoortige interventies, bijv. preventie versus curatie; preventie met lange-termijn effecten versus preventie met korte-termijn effecten; preventie bij ouderen resp. bij jongeren. Het voorgenomen onderzoek richt zich op verdere ontwikkeling van methoden voor de evaluatie van preventie en het expliciteren van de normatieve keuzen daarin. Drie onderwerpen rond de centrale thema's 'tijd' en 'leeftijd' worden empirisch onderzocht: (1) tijdvoorkeur voor gezondheidseffecten, (2) de waardering van gezondheidseffecten door personen van verschillende leeftijden, en (3) voorkeuren voor de verdeling van gezondheidseffecten naar leeftijd. Waar mogelijk wordt gewerkt aan de hand van realistische keuzeproblemen tussen (voorbeeld-)interventies. De resultaten zullen aan gezondheidseconomen, ethici, beleidsmakers en andere betrokkenen worden voorgelegd teneinde de consequenties voor methode en plaats van KEA bij de evaluatie van preventie te bepalen.

Related organisations

Related people

Classification

A55000 Management, accountancy
A73000 Primary health care and second-line health care
D20100 History and philosphy of the life sciences, ethics, evolution biology
D23363 Geriatrics
D23370 Social medicine
D24200 Health education, prevention

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation