KNAW

Research

Discourse Modes and Bases. A Study of the Use of Tenses in Vergil’s Aeneid

Pagina-navigatie:


Update content


Title Discourse Modes and Bases. A Study of the Use of Tenses in Vergil’s Aeneid
Period 11 / 2001 - 09 / 2008
Status Completed
Dissertation Yes
Research number OND1289803

Abstract

This project concerns the use of tenses in Vergil's epic Aeneid. As a working hypothesis it is assumed that morpho-semantic differences between the individual Latin narrative tenses (praesens; perfectum; imperfectum; plusquamperfectum; narrative infinitive) relate in a complex but systematic way to differences between the discourse functions of the narrative tenses concerned. In an empirical research, in which both linguistic and narratologic parameters are taken into account, an attempt is made to establish the discourse function(s) of each of these tenses (as well as the specific ways in which the tenses interact), and to specify the systematic relations between the morpho-semantic characteristics of a tense and its functional potential. The results for Vergil will be compared to results from two other corpora (an epic corpus and a non-epic corpus), in order to determine the possible influence of the factors genre and personal style on the use of tenses. The project is interdisciplinary in that it connects insights from various linguistic disciplines (semantics, syntax, pragmatics, discourse analysis) with insights from literary theory (modern narratology). It aims to gain more insight into: - the Latin tense system in general and the use of tenses in Vergil's Aeneid in particular. - Vergil's narrative technique (in comparison with Livy and Silius Italicus) - The position of the category Tense/ Aspect in a functional discourse model of language.

Abstract (NL)

Een verteller varieert in hoe hij het verhaal presenteert: nu eens beschrijft hij de omgeving waarin het verhaal zich afspeelt, dan weer vat hij gebeurtenissen samen. In haar proefschrift 'Discourse Modes and Bases, The Use of Tense in Vergil s Aeneid' laat Suzanne Adema zien hoe deze verschillende manieren van presenteren samenhangen met het gebruik van werkwoordstijden. Door te variëren in tijd kun je één feit op verschillende manieren presenteren: er is een stad geweest klinkt anders - informatiever - dan er was een stad , dat veel eerder het begin is van een sprookje of van een beschrijving van die stad. Adema bespreekt in haar proefschrift hoe de tijden uit het Latijnse werkwoordensysteem in de Aeneis (1e eeuw v. Chr, Vergilius) worden ingezet om het verhaal te vertellen over de Trojaan Aeneas. In dit epos wordt het verhaal door middel van verschillende werkwoordstijden beschrijvend, becommentariërend en vertellend gepresenteerd. Adema betoogt dat de verteller echter vooral laat zíen wat er gebeurt in zijn verhaal. De verteller gebruikt daarbij de tegenwoordige tijd: zo zorgt hij ervoor dat het verhaal zich, als het ware, voor onze ogen afspeelt. Het verhaal van de Aeneis begint inderdaad met de informatie dat er een stad is geweest , maar als het verhaal eenmaal op gang is, verandert de manier van presenteren en ís die stad er en wordt hij voor onze ogen opgebouwd.

Related organisations

Related people

Supervisor Prof.dr. C.H.M. Kroon
Doctoral/PhD student Dr. S.M. Adema

Classification

A85100 Arts and culture
D36100 Classic studies

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation