KNAW

Research

Long term research into early characteristics of dyslexia

Pagina-navigatie:


Update Research data


Title Long term research into early characteristics of dyslexia
Period 01 / 2002 - unknown
Status Completed
Research number OND1290613
Data Supplier Website RUG-CLCG

Abstract (NL)

Pas wanneer de taalfunctie bij een kind volledig ontwikkeld is, kunnen we met zekerheid vaststellen of er sprake is van dyslexie. Het kind heeft dan vaak al een deel van de basisschool doorlopen. De achterstand en de mogelijke emotionele en sociale gevolgen kunnen daardoor al flinke invloed hebben op het kind. Om de nadelige gevolgen van dyslexie te beperken of zelfs te voorkomen, is het belangrijk dat we een methode vinden waarmee we zo vroeg mogelijk kunnen voorspellen of een kind dyslexie zal ontwikkelen. Bij voorkeur vindt die voorspelling kort na de geboorte plaats. Dit onderzoek moet ons hiervoor de aanwijzingen opleveren. In het langlopend onderzoek testen we kinderen uit de risicogroep op hun ontwikkeling in taal, spraak, horen en zien. Dit zijn kinderen met een dyslectische ouder plus minstens één ander dyslectisch familielid van de baby uit de eerste of tweede graad. Dat kan de andere ouder of een broer, zus, oom, tante, opa of oma zijn. De resultaten vergelijken we met die van een controlegroep. Die bestaat uit kinderen waarbij geen dyslexie voorkomt in de familie. Het is voor het onderzoek vooral belangrijk dat juist die laatste groep kinderen meedoet. De aanwijzingen die we zoeken, hebben te maken met de ontwikkeling van het spreken en het begrijpen van taal. Deze ontwikkeling start al vroeg na de geboorte. Daarom volgen we het kind vanaf twee maanden na de geboorte. Tot zes weken na de geboorte kunnen ouders hun baby aanmelden voor het onderzoek. We testen het gedrag en de hersenactiviteit bij taalopdrachten. Elke test bestaat uit kleine opdrachten die zijn afgestemd op de belevingswereld van het kind. Met behulp van speciale apparatuur brengen we de ontwikkeling in kaart. In het eerste levensjaar komt het kind drie keer op bezoek: met twee, vijf en elf maanden. Van het tweede tot en met het vijfde jaar staat er elk halfjaar een bezoek gepland. Vervolgens vindt er nog een bezoek plaats als het kind acht jaar is. In het tiende jaar is de taalfunctie volledig ontwikkeld en kunnen we in de eindtoets met zekerheid vaststellen of er sprake is van dyslexie.

Related organisations

Related people

Researcher Drs. E.M. Krikhaar
Researcher Drs. C.T.L. Kuijpers
Researcher Dr. Th. van Leeuwen
Project leader Dr. P.H. Been
Project leader Prof.dr. F. Zwarts

Classification

A84400 Cognitive development, perception
D36000 Language and literature studies

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation