| Patiënten met een dwangstoornis blijken meer fouten te maken op een taak waarbij het werkgeheugen toenemend wordt belast. Het werkgeheugen is dat deel van het geheugen dat we gebruiken om bijvoorbeeld posities of nummers 'on line' te houden. Nic van der Wee maakte tijdens de taak MRI-scans en vond een abnormaal verhoogde activiteit van een gebied in de voorhoofdskwabben. Dit gebied, de gyrus cingulus anterior, wordt verondersteld betrokken te zijn bij de uitvoering of controle van strategieën waarmee complexere taken worden aangepakt. De prestatie op de werkgeheugentaak verbeterde na behandeling, waarbij ook het MRI-patroon van de hersenactiviteit veranderde. Van der Wee ontdekte bovendien dat bij de dwangstoornis bepaalde oogbewegingsafwijkingen voorkomen die ook na behandeling waarschijnlijk blijven bestaan. In het tweede deel van zijn onderzoek toonde Van der Wee met moderne nucleaire SPECT-technieken aan dat (onbehandelde) patiënten met een dwangstoornis afwijkingen vertonen in onderdelen van het dopaminesysteem in de hersenen. Dopamine is net zoals serotonine één van de stoffen die voor prikkeloverdracht in de hersenen zorgen. De gevonden afwijkingen in het dopaminesysteem zijn opmerkelijk omdat lange tijd is aangenomen dat er bij de dwangstoornis vooral sprake zou zijn van afwijkingen in het serotoninesysteem. Onder andere vanwege de werkzaamheid bij dwangstoornis van middelen die op het serotoninesysteem aangrijpen. |