| De initiële behandeling voor depressie in Nederland is op dit moment een selectieve serotonine heropname remmer (SSRI). Een groot gedeelte (30-40%) van de depressieve patiënten reageert niet of onvoldoende op deze behandeling. Uit eerdere studies komen aanwijzingen dat deze non-respons op behandeling verklaard zou kunnen worden door genetische factoren. In de huidige studie wordt de hypothese getoetst dat non-respons op behandeling met SSRI (mede) wordt veroorzaakt door het voorkomen van een genetisch polymorfisme in het gen dat codeert voor een serotonine transporter. Hiertoe worden 100 patiënten afkomstig van de RIAGG Maastricht, met een diagnose depressie volgens DSM-IV en een bekende non-respons op behandeling met een SSRI, vergeleken met 200 patiënten met een diagnose depressie uit een huisartspopulatie (RNH-populatie). Bij alle patiënten wordt middels bloedmonsters het voorkomen van twee polymorfismen in de serotonine transporter, 5-HTTLPR en Stin2, bepaald. Op grond van deze vergelijking van non-responders met de basispopulatie waaruit deze non-responders afkomstig zijn, kan een schatting worden gemaakt van de relatieve kans op non-respons bij SSRI gebruik in aan- versus afwezigheid van het genotype. |