| Nederlandse banken en verzekeraars als ABN AMRO, Rabobank en ING hebben zich ontwikkeld tot vooraanstaande spelers op de Amerikaanse markt. In haar proefschrift concludeert Gerarda Westerhuis dat de Nederlandse achtergrond van deze ondernemingen in grote mate verantwoordelijk is voor hun succes. Landen verschillen in de manier waarop het bedrijfsleven is georganiseerd. Belangrijke factoren in de Nederlandse organisatie van het bedrijfsleven zijn het koloniale verleden, de open economie, de ondersteunende rol van de staat en het risicomijdend gedrag van ondernemingen. Om succesvol te worden op de Amerikaanse markt blijkt het van belang dat Nederlandse ondernemingen hun eigen karakteristieken weten te combineren met kenmerken van de Amerikaanse manier van zakendoen. Uit het onderzoek van Westerhuis blijkt dat de Nederlandse banken en verzekeraars hier met sommige activiteiten beter in slaagden dan met andere. Zo waren ze succesvol op het gebied van commercial banking en verzekeringsactiviteiten, maar beduidend minder op het gebied van investment banking. De Amerikaanse bedrijfscultuur hiervan paste veel minder bij de Nederlandse manier van zakendoen. De zeer hoge beloningen van investment bankers bijvoorbeeld leidden tot veel interne discussies. De bedrijfscultuur kan niet alleen per activiteit verschillen, Westerhuis constateert ook geografische verschillen binnen de Amerikaanse markt die zorgen voor een betere of juist minder goede aansluiting bij de Nederlandse gebruiken. Drie ondernemingen staan centraal in Westerhuis onderzoek: ABN AMRO, Rabobank en Nationale-Nederlanden. Ze heeft voor vijf activiteiten onderzocht hoe succesvol de Nederlandse banken en verzekeraars waren: retail, corporate en investment banking, schade- en levensverzekeringen. |