KNAW

Research

General liability to ill-health. Role of autonomic nervous system...

Pagina-navigatie:


Update content


Title General liability to ill-health. Role of autonomic nervous system dysfunction in children and adults
Period 04 / 2001 - 02 / 2007
Status Completed
Dissertation Yes
Research number OND1292414
Data Supplier Onderzoekschool EPP

Abstract

Biological (e.g. physiological, endocrinological) and psychosocial factors (e.g. personality, stressful life events) both contribute to the etiology of psychopathology. Recent years have witnessed increased interest in physiological correlates of psychosocial functioning and its links to externalizing and internalizing psychopathology in children and adults. Different levels of activity of the two branches of the autonomic nervous system (ANS), the sympathetic (SNS) and the parasympathetic nervous system (PNS), are supposed to be reflected in differences in behavioral reactivity, motivation, and regulation. Hyperactivity of the SNS (overarousal, increased reactivity) appeared to be mainly involved in stress-related health problems (e.g. depression, anxiety disorders) through increased cardiovascular stress reactivity, whereas SNS hypoactivity (underarousal, decreased reactivity) has been mainly linked to externalizing disorders (e.g. conduct disorder, antisocial behavior). Moreover, vagal activity of the PNS is supposed to be a physiological index for behavioral control, inhibition, and flexibility. It has been proposed that individuals with greater vagal tone would exhibit a greater range of competent behaviors. Conversely, reduced vagal tone would be paralleled by reduced behavioral flexibility in response to environmental demands. Reduced vagal activity has been reported in both internalizing and externalizing psychopathology. It has been suggested that divergent patterns of ANS functioning may be related to core dimensions of temperament (inhibiton and approach) and psychopathology (internalizing and externalizing). However, previous research has reported mixed results. The association between different indices of the ANS and psychosocial functioning seems to be complex and is not yet fully understood. In addition, most research has focused either on one branch of the ANS or one single type of personality construct or psychopathological dimension. Also, knowledge about ANS function and psychosocial factors in children is limited as is literature on the physiological correlates of temperament. The present study is embedded in two longitudinal epidemiological studies, TRAILS (child cohort) and SALUT (adult cohort). Data collected in the first wave of about 1800 preadolescents and 1500 adults will be analyzed in a cross-sectional design. To summarize, the aim of the present study is to investigate the relationship between ANS function and psychosocial variables, that is personality, stress, and psychopathology. The main goal of this study is to increase insight into the etiology of different kinds of psychopathology, focusing on the possible role of the autonomous nervous system. In addition, early detection of autonomic abnormalities may greatly enhance the prevention of future health problems.

Abstract (NL)

De oorzaken voor het ontwikkelen van psychopathologie of somatische gezondheidsproblemen zijn veelvuldig. Zo kunnen omgevingsinvloeden een rol spelen (bv het aantal doorgemaakte stressepisoden), maar ook biologische factoren, zoals genetische aanleg, hormonale factoren of fysiologische processen. De rol van het autonome zenuwstelsel in relatie tot psychische en meer algemene lichamelijke gezondheidsproblemen is tot nu toe nog relatief onderbelicht, zeker bij kinderen. Eerder onderzoek heeft zich voornamelijk gericht op hartslagvariabiliteit (HRV) als maat voor de kwaliteit van het functioneren van het autonome zenuwstelsel (AZS). Een verlaagde HRV is bijvoorbeeld gevonden bij angstige, depressieve, maar ook bij agressieve personen. Ook hebben sommige onderzoekers een verband gevonden tussen het optreden van algemene lichamelijke klachten (zoals hoofdpijn) en een verminderde HRV. Een andere, belangrijke maat voor de kwaliteit van het functioneren van het AZS is de baroreflex sensitiviteit (BRS). De BRS geeft de HRV in relatie tot de bloeddrukvariabiliteit aan. De BRS is in de literatuur tot nu toe voornamelijk bekend als belangrijke voorspeller van toekomstige hartinfarcten bij pati├źnten die een hartinfarct hebben gehad. Echter, een verlaagde BRS is recentelijk ook in verband gebracht met het optreden van psychopathologie (depressie en angststoornissen) en persoonlijkheidseigenschappen (impulsiviteit). De mechanismen die deze verbanden kunnen verklaren zijn tot nu toe onbekend. In de laatste jaren zijn er niet-ingrijpende meetmethoden beschikbaar gekomen om de BRS te bepalen, waardoor grote bevolkingsgroepen en ook kinderen kunnen worden bemeten. De meeste studies beperkten zich tot nu toe tot volwassenen en waren van kleine omvang. In de huidige studie wordt de kwaliteit van het functioneren van het autonome zenuwstelsel in kaart gebracht door middel van het bepalen van de BRS en HRV bij de 10-12 jarige deelnemers van TRAILS. We zijn ge├»nteresseerd in het verband tussen de BRS/HRV en het optreden van gedragsproblemen, persoonlijkheidseigenschappen, stress en somatische klachten.

Related organisations

Related people

Supervisor Prof.dr. J. Neeleman
Supervisor Prof.dr. J. Ormel
Co-supervisor Prof.dr. J.G.M. Rosmalen
Researcher Dr. A. Dietrich

Classification

A74000 Mental health care
D23230 Neurology, otorhinolaryngology, opthalmology
D23350 Psychiatry, clinical psychology
D24200 Health education, prevention
D51000 Psychology

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation