| Het Shughni-Rushani wordt gesproken in Tadjikistan en behoort tot de groep van Pamirtalen. Deze talen kenden tot voor kort geen schrift, maar wel een uitgebreide orale poezietraditie, bestaande uit diverse genres. Het meest opvallend zijn de korte genres, de tweeregelige en de vierregelige gedichten. Tweeregelige gedichten worden gezongen als wiegeliedjes (lala'ik) en als klaagliederen, dargilik genoemd. Het genre dargilik is te vergelijken met de dubayt in Mastchohi, een dialect gesproken in Noord-Tadjikistan, en met de landay in Pashto. Doel van het onderzoek is het verzamelen, vertalen en analyseren van poezie in Shughni-Rushani, deels op basis van eigen veldwerk en deels op basis van materiaal in het archief van de Russische Iranist I.I. Zarubin in St. Petersburg. 2. Het Kitab-i Farigh of Farighrama bevat een groot aantal korte verhalen in versvorm waarin de wonderdaden van 'Ali worden beschreven. Deze verhalen spelen in de orale traditie van de Isma'ilis van Badakhstan een grote rol. De dichter Farigh-i Gilari, die deze verhalen opgetekend heeft, was in dienst van de Sajarvidenkoningen in Iran in de 16e-17e eeuw. Veel van zijn verhalen zijn nog steeds bekend als volksverhalen, maar er bestaat geen editie van dit werk, waarvan verschillende handschriften zijn overgeleverd. Doel van het onderzoek is in de eerste plaats het maken van een overzicht van de thema's die voorkomen in deze wonderverhalen. |