KNAW

Onderzoek

Voorspellers voor dementie van het Alzheimer type bij personen met geheugenklachten

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Voorspellers voor dementie van het Alzheimer type bij personen met geheugenklachten
Looptijd 01 / 2003 - 11 / 2007
Status Afgesloten
Dissertatie Ja
Onderzoeknummer OND1294207
Leverancier gegevens Website Onderzoekschool Psychologie en Gezondheid

Samenvatting

Beginnende dementieën zijn moeilijk te onderscheiden van de normale achteruitgang van het geheugen. In de 'preklinische fase' van de ziekten van Alzheimer en Huntington gaat er al iets mis in de hersenen, maar dit is aan de patiënt nog niet duidelijk te merken. Veel onderzoek is gericht op de vraag hoe de ziekten dan al herkend kunnen worden. Tot nu toe viel de opbrengst van het EEG ( hersenfilmpje ) tegen, maar dit was beperkt tot metingen met de ogen gesloten. Of het geheugen slecht werkt, merk je pas als je het belast. Met die gedachte onderzocht neuropsychologe Karin van der Hiele het EEG tijdens geheugentaken. Zowel bij de ziekte van Alzheimer als de ziekte van Huntington bleken er dan inderdaad meer afwijkingen te zijn. Hersenonderzoek bij dementieën kan meer opleveren als het zich specifiek op een zwakke plek richt. Er kwam een verrassend aspect aan het licht: het EEG bij dementie toont veel hinderlijke spieractiviteit, die men meestal wegfiltert. De onderzoekers besloten de spieractiviteit echter niet weg te gooien, maar te meten. Ze vonden dat de mate van spierspanning gerelateerd was aan cognitieve functies en de mate van depressiviteit. Het badwater bleek dus informatie over het kind te bevatten.

Samenvatting (EN)

At present little is know about the predictors of Alzheimer s Disease (AD) in patients with memory complaints or Mild Cognitive Impairment (MCI). With the advent of new and potentially disease-modifying therapies for memory impairment and AD, it is of utmost importance to make an accurate diagnosis in the earliest stages of the disease. The current research proposal aims to investigate the additional value of functional neuroimaging methods (e.g. functional MRI and quantitive EEG) in predicting cognitive decline and AD in a cohort comprising healthy controls and patients with subjective memory complaints, MCI or AD. In the first stage of the study, 60 patients and 20 age-matched healthy controls will be submitted to the standard diagnostic dementia work-up. In a separate session, fMRI and qEEG data will be gathered during cognitive challenging. All participants will be invited 2 years from baseline for a quantitative (cognitive status) and qualitative (clinical diagnosis) re-evaluation. Using observed changes in cognitive performance and clinical diagnosis as outcome measures, we will examine which (combination of) factors measured at baseline best predict future cognitive decline and AD in our study population.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Classificatie

A74000 Geestelijke gezondheidszorg
A84400 Cognitieve ontwikkeling, perceptie
D23363 Geriatrie
D51000 Psychologie

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie