| Mitochondriën zijn de "energiecentrales" van een cel. Als er iets mis is met de mitochondriën kan een cel niet genoeg energie maken en daarom niet goed functioneren. Dit is een oorzaak van veel ziekten, zoals: neuromusculaire ziekten, diabetes, doofheid, hartaandoeningen. Deze erfelijke ziekten kunnen erger worden in de loop van de tijd en hebben vaak een fatale afloop. De meest voorkomende oorzaak van een gestoorde energieproductie in de mitochondriën komt door een defect in één van de enzymcomplexen die een rol spelen in dit proces, complex I. Dit complex bestaat uit minimaal 46 subeenheden, die in elkaar gezet moeten worden. Om deze subeenheden op een goede manier in elkaar te zetten zijn assemblage-eiwitten nodig. Er is tot nu toe niet bekend hoeveel van deze eiwitten er zijn en hoe ze werken. Recentelijk hebben we op onze afdeling het eerste menselijke complex I assemblage-eiwit gevonden. Begrip van hoe complex I gemaakt wordt en welke factoren daarbij betrokken zijn is essentieel om inzicht te krijgen in de mechanismen die leiden tot deze ziekten en is bovendien een vereiste om nieuwe diagnostische middelen en therapieën te ontwikkelen. Een complex I deficiëntie kan maar in 40% van de gevallen verklaard worden door een genetische afwijking in de genen die coderen voor één van de subeenheden. Waarschijnlijk komt in de resterende gevallen een defect voor in de genen die coderen voor de assemblage-eiwitten. In dit project zullen we door middel van "complementatie studies" deze gendefecten opsporen. Dit gaat als volgt: We hebben de beschikking over patiënten cellen (fibroblasten) die een complex I defect vertonen. Met speciale celtechnieken (chromosoomtransfer) gaan we in deze cellen één voor één alle chromosomen inbrengen. Als het complex I defect opgeheven wordt weten we dat de correcte genetische code van het defecte gen ligt op het chromosoom dat we ingebracht hebben. Vervolgens gaan we op een zelfde manier kleine stukjes van dit chromosoom in defecte cellen inbrengen. Volgens deze methode kunnen we uiteindelijk het gen vinden dat het erfelijke defect heeft dat de ziekte veroorzaakt. Deze kennis kan gebruikt worden om snel en gericht erfelijkheidsadvies te geven en zal de diagnose bij patienten met vergelijkbare afwijkingen vergemakkelijken. |