| De ziekte van Alzheimer gaat vaak samen met endocriene en immunologische disfunctie. De schildklier is een van de grootste endocriene klieren in het lichaam. Hoewel een relatie tussen de werking van de schildklier en de ziekte van Alzheimer vaak wordt verondersteld, is er weinig onderzoek naar gedaan. Bovendien zijn de resultaten van de verrichte onderzoeken zeer tegenstrijdig. Recentelijk heeft Dr. Breteler een kleinschalig onderzoek gedaan binnen het ERGO onderzoek (in het Engels 'The Rotterdam Study') waarin werd gevonden dat subklinische hyperthyroïdie (verhoogde werking van de schildklier) bij ouderen zonder dementie in verband stond met een bijna 4 maal zo hoge kans op het krijgen van de ziekte van Alzheimer. Als deze ouderen ook nog auto-antilichamen hadden, was de kans op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer 14 maal zo groot als bij mensen zonder auto-antilichamen. Hoewel het onderzoek betrekkelijk kleinschalig was, duiden de resultaten erop dat het de moeite waard is om de hypothese te onderzoeken dat hyperthyroïdie in verband staat met een verhoogd risico van de ziekte van Alzheimer, met name bij auto-immuunthyroïditis. De relatie tussen markers van de schildklierwerking zoals vastgesteld in het serum en de kans op de ziekte van Alzheimer zal onderzocht worden in het ERGO onderzoek, een onderzoek onder 7983 personen uit de bevolking van 55 jaar en ouder die in of nabij Rotterdam wonen. Het onderzoek is van start gegaan in 1990, en inmiddels zijn de deelnemers verscheidene keren onderzocht. Bij 343 personen ontwikkelde zich tot januari 2000 de ziekte van Alzheimer. Bij aanvang van het onderzoek werd bij de deelnemers bloed afgenomen voor serummonsters, die bewaard bleven voor later gebruik. Ook werd bij 563 deelnemers een MRI (magnetic resonance imaging) van de hersenen gemaakt, en werd het volume van de hippocampus gemeten. In dit onderzoek zullen verscheidene schildklierhormonen en auto-antilichamen worden bepaald in de serummonsters van 2000 willekeurig geselecteerde deelnemers en de relatie bestudeerd tussen de concentraties daarvan en het risico op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer. Ten tweede zal de relatie onderzocht worden tussen deze schildkliermarkers en vermindering van het volume van de hippocampus, wat een vroege marker van de ziekte van Alzheimer zou kunnen zijn, bij deelnemers bij wie bij aanvang van het onderzoek in 1990 geen sprake was van dementie. Het onderzoek zal leiden tot een beter begrip van het mogelijke mechanisme dat ten grondslag ligt aan de genoemde relatie, en inzicht verschaffen in potentiële risicofactoren voor de ziekte van Alzheimer. Uiteindelijk zou het onderzoek van nut kunnen zijn voor de preventie of vertraging van het verloop van de ziekte. |