KNAW

Research

The role of apoE in Ab toxicity

Pagina-navigatie:


Update Research data


Title The role of apoE in Ab toxicity
Period 11 / 2001 - 10 / 2003
Status Completed
Research number OND1295788
Data Supplier Website Internationale Stichting Alzheimer Onderzoek (ISAO)

Abstract

Although only few Alzheimer patients are seen with a genetic background of the disease, still in sporadic Alzheimer cases a genetic risk factor has been assessed, i.e. apoliprotein E (apoE), of which three isoforms exist: apoE2, apoE3 and apoE4. Most people carry the apoE3 isoform. Some years ago it has been found that people with apoE4 have a higher risk of developing Alzheimer's disease and have more senile plaques and cerebrovascular amyloid in the brain, whereas people carrying the apoE2 isoform seem to be rather well protected. Aim of this study is to demonstrate that the concentration of apoE depends on specific isoforms, that the degree of toxicity of amyloid b-protein (Ab) depends on the apoE isoforms produced by the cells and that the toxicity is modulated by the absolute apoE level, which in its turn is regulated by the kind of apoE. Also the mechanism will be studied through which apoE with Ab interacts with cells that degenerate under the influence of Ab. This project will provide more knowledge on the mechanism through which the main risk factor of Alzheimer's disease, i.e. apoE, influences the development of this wasting disease. New therapeutic methods may eventually be developed aimed at optimization of the interaction between apoE and Ab or stimulation of the apoE production. This may be particularly important for people who are at high risk of Alzheimer's disease and produce relatively little apoE.

Abstract (NL)

De ziekte van Alzheimer wordt gekenmerkt door vorming van de zgn. seniele plaques, neurofibrillaire tangles en cerebrovasculair amyloïd in de hersenen. Deze bestaan uit onoplosbare eiwitten die de werking van de hersenen op een negatieve manier beïnvloeden. Ook al is slechts een klein percentage Alzheimer-patiënten erfelijk belast, toch is er in gevallen van sporadische ziekte van Alzheimer een genetische risicofactor vastgesteld, nl. het apolipoproteïne E (apoE). Er zijn drie verschillende vormen van apoE bekend: apoE2, apoE3 en apoE4. De meeste mensen zijn drager van de apoE3 isovorm. Enkele jaren geleden hebben onderzoeken aangetoond dat mensen met apoE4 een hogere kans hebben op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer en een grotere hoeveelheid seniele plaques en cerebrovasculair amyloïd in de hersenen hebben, terwijl mensen met de apoE2 isovorm relatief goed beschermd lijken. Het mechanisme waardoor apoE de ontwikkeling van Alzheimer beïnvloedt, is nog niet bekend. Dr. Verbeek is werkzaam geweest op dit terrein, en op grond van zijn voorlopige bevindingen komt hij tot de hypothese dat de absolute hoeveelheid apoE in de hersenen bij mensen met verschillende apoE isovormen ook varieert. Belangrijker is dat een relatief hoge productie van apoE mogelijk bescherming kan bieden tegen het ontwikkelen van Alzheimer, zoals bij mensen met apoE2. Dr. Verbeek stelt verder dat apoE in wisselwerking staat met het amyloïd b-proteïne (Ab). Ab is de belangrijkste component van seniele plaques en cerebrovasculair amyloïd, maar is ook toxisch voor cellen van het zenuwstelsel. Hoge concentraties apoE kunnen Ab mogelijk remmen in de vorming van schadelijke seniele plaques en cerebrovasculair amyloïd, en aldus de cellen beschermen tegen de toxische werking van Ab. Doel van het onderzoeksproject van dr. Verbeek is aan te tonen dat het gehalte apoE afhankelijk is van specifieke isovormen, dat de mate van toxiciteit van Ab afhangt van de apoE isovormen die door de cellen geproduceerd worden, en dat deze toxiciteit gemoduleerd wordt door het absolute apoE-gehalte, dat op zijn beurt gereguleerd wordt door het soort apoE. Ook zal hij het mechanisme onderzoeken waardoor apoE met Ab in wisselwerking staat met cellen die onder invloed van Ab degenereren. Door dit project wordt de kennis vergroot over het mechanisme waarmee de belangrijkste risicofactor van de ziekte van Alzheimer, nl. apoE, de ontwikkeling van deze slopende ziekte beïnvloedt. Nieuwe therapeutische methoden zouden ontwikkeld kunnen worden, gericht op optimalisering van de interactie tussen apoE en Ab of stimulering van de apoE-productie. Dit kan met name van belang zijn voor mensen met een hoog risico van de ziekte van Alzheimer die relatief weinig apoE produceren.

Related organisations

Related people

Project leader Dr.ir. M.M. Verbeek

Classification

A76000 Patients care
D21300 Biochemistry
D21400 Genetics
D23230 Neurology, otorhinolaryngology, opthalmology

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation