| De ziekte van Alzheimer wordt gekenmerkt door vorming van de zgn. seniele plaques, neurofibrillaire tangles en cerebrovasculair amyloïd in de hersenen. Deze bestaan uit onoplosbare eiwitten die de werking van de hersenen op een negatieve manier beïnvloeden. Ook al is slechts een klein percentage Alzheimer-patiënten erfelijk belast, toch is er in gevallen van sporadische ziekte van Alzheimer een genetische risicofactor vastgesteld, nl. het apolipoproteïne E (apoE). Er zijn drie verschillende vormen van apoE bekend: apoE2, apoE3 en apoE4. De meeste mensen zijn drager van de apoE3 isovorm. Enkele jaren geleden hebben onderzoeken aangetoond dat mensen met apoE4 een hogere kans hebben op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer en een grotere hoeveelheid seniele plaques en cerebrovasculair amyloïd in de hersenen hebben, terwijl mensen met de apoE2 isovorm relatief goed beschermd lijken. Het mechanisme waardoor apoE de ontwikkeling van Alzheimer beïnvloedt, is nog niet bekend. Dr. Verbeek is werkzaam geweest op dit terrein, en op grond van zijn voorlopige bevindingen komt hij tot de hypothese dat de absolute hoeveelheid apoE in de hersenen bij mensen met verschillende apoE isovormen ook varieert. Belangrijker is dat een relatief hoge productie van apoE mogelijk bescherming kan bieden tegen het ontwikkelen van Alzheimer, zoals bij mensen met apoE2. Dr. Verbeek stelt verder dat apoE in wisselwerking staat met het amyloïd b-proteïne (Ab). Ab is de belangrijkste component van seniele plaques en cerebrovasculair amyloïd, maar is ook toxisch voor cellen van het zenuwstelsel. Hoge concentraties apoE kunnen Ab mogelijk remmen in de vorming van schadelijke seniele plaques en cerebrovasculair amyloïd, en aldus de cellen beschermen tegen de toxische werking van Ab. Doel van het onderzoeksproject van dr. Verbeek is aan te tonen dat het gehalte apoE afhankelijk is van specifieke isovormen, dat de mate van toxiciteit van Ab afhangt van de apoE isovormen die door de cellen geproduceerd worden, en dat deze toxiciteit gemoduleerd wordt door het absolute apoE-gehalte, dat op zijn beurt gereguleerd wordt door het soort apoE. Ook zal hij het mechanisme onderzoeken waardoor apoE met Ab in wisselwerking staat met cellen die onder invloed van Ab degenereren. Door dit project wordt de kennis vergroot over het mechanisme waarmee de belangrijkste risicofactor van de ziekte van Alzheimer, nl. apoE, de ontwikkeling van deze slopende ziekte beïnvloedt. Nieuwe therapeutische methoden zouden ontwikkeld kunnen worden, gericht op optimalisering van de interactie tussen apoE en Ab of stimulering van de apoE-productie. Dit kan met name van belang zijn voor mensen met een hoog risico van de ziekte van Alzheimer die relatief weinig apoE produceren. |