| Systematisch nadenken over taal, over de relatie tussen taal en werkelijkheid en taal en kennis, begint in het oude Griekenland. De onderzoekers gaan op zoek naar opvattingen over taal in het netwerk van de vroegste Griekse intellectuelen (filosofen, artsen, historici, 'sofisten'), maar ook in het genre waarin de communicatie met een massapubliek centraal stond: het Griekse drama (komedie en tragedie). Al die informatie wordt gebruikt voor een nieuwe bestudering van een tekst die kort daarna ontstaat en vaak als geisoleerd hoogtepunt van het denken over taal is beschouwd: Plato's Cratylus. |