| In dit rechtssociologische proefschrift staan de ontwikkelingen in het notariaat centraal. Een eerste rode draad is de liberalisering van de notariële markt. In 1999 zijn de vaste tarieven en het vaste vestigings- en standplaatsenbeleid door de Nederlandse wetgever afgeschaft. Vanuit Europa en de NMa wordt gepleit voor verdere liberalisering van de notariële markt, door inperking van het notariële domeinmonopolie en de afschaffing van restricties opgelegd door zelfregulering van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. Ontwikkelingen in de notariële beroepsethiek en de kwaliteit van de notariële dienstverlening, vormen een tweede rode draad van het proefschrift. Door hantering van een interdisciplinaire aanpak en analyse van ontwikkelingen in het beroep, ook op kantoorniveau, is beoogd een nieuwe invalshoek te brengen in het debat omtrent de inrichting van het notariaat. De ingetreden commercialisering in het notariaat brengt een verschuiving van een ambtelijke naar een bedrijfsmatige oriëntatie van notarissen. Ook op kantoorniveau is een dergelijke verschuiving te bespeuren. In de praktijk ontaardt de bedrijfsmatige oriëntatie echter niet in een ethische depressie, maar leidt juist tot een atmosfeer en tot instrumenten, die bevorderlijk zijn voor beroepsethisch handelen. Vanuit deze optiek leidt marktwerking niet tot verloedering, maar tot een ethisch reveil. Reden tot zorg blijft echter bestaan. Het kwaliteit- en integriteitsborgingsbeleid is repressief van karakter. Notarissen die zich buiten de oude en nieuwe kwaliteitskringen bewegen, blijven onzichtbaar. De herinrichting van het tucht- en toezichtbestel, een verplicht beroepsbreed kwaliteit- en integriteitbeleid, het doorbreken van de non-interventiecultuur en collectieve actie, zijn noodzakelijk voor de integriteitsborging. |