| Als mensen alledaagse gesprekken met elkaar voeren, slikken ze vaak grote delen van woorden in. Mark Pluymaekers onderzocht onder welke omstandigheden sprekers dat doen en hoe luisteraars hiermee omgaan. Zijn aandacht ging hierbij vooral uit naar affixen: delen van woorden die een eigen betekenis hebben en in vele verschillende woorden voorkomen, zoals ver- , ont- en -lijk . (Denk aan: stuuk zo : Balkenendes voor iedereen begrijpelijke versie van het is natuurlijk zo .) Pluymaekers ontdekte dat deze affixen korter uitgesproken worden naarmate het woord waar ze deel van uitmaken vaker voorkomt in de Nederlandse taal. Daarnaast speelt ook de voorspelbaarheid van het woord een rol: hoe voorspelbaarder het woord in de zinscontext, hoe korter het affix. Tenslotte toonde Pluymaekers aan dat luisteraars op de hoogte zijn van deze wetmatigheid en hier gebruik van maken als ze woorden met verkorte affixen moeten verstaan. Pluymaekers resultaten leveren, naar hij hoopt, een bijdrage aan betere theorieën over spraakproductie en -perceptie. |