| Buiten een groep gesloten worden door andere groepsleden is één van de ergste dingen die mensen kan overkomen (Williams, 1997). Dergelijke sociale uitsluiting heeft voor het slachtoffer zowel psychologische als economische kosten. Slachtoffers van sociale uitsluiting hebben een verlaagde zelf-waardering, ervaren minder controle over hun leven, en kunnen de fundamentele behoefte om 'ergens bij te horen' niet meer vervullen (Baumeister & Leary, 1995). Dit kan op den duur leiden tot depressie en een verzwakt immuunsysteem (Gruter, 1986). Bovendien heeft sociale uitsluiting vaak economische kosten, omdat het slachtoffer geen gebruik meer kan maken van de middelen van de groep, en niet meer kan meedelen in eventuele opbrengsten van de groep (Kerr, 1999). gegeven deze ingrijpende psychologische en economische gevolgen van sociale uitsluiting is het niet verwonderlijk dat onderzoek binnen de sociale psychologie zich tot nu toe voornamelijk heeft gericht op de negatieve consequenties van sociale uitsluiting voor het slachtoffer. Opvallend is echter dat binnen andere wetenschappelijke disciplines juist de functionele aspecten van sociale uitsluiting worden benadrukt. Dat wil zeggen, onderzoekers binnen zowel de ethologie, de evolutionaire biologie, de antropologie als de sociologie benadrukken de positieve gevolgen van sociale uitsluiting in groepen, en de daarmee gepaard gaande angst voor sociale uitsluiting, afwijkend en non-coöperatief gedrag van groepsleden onderdrukt en prosociaal gedrag stimuleert, hetgeen het functioneren van de groep (en de kans op overleving] positief beinvloedt (de Waal, 1986; Mahdi, 1986). Deze veronderstelling vormt het uitgangspunt van het huidige project. Door middel van een serie experimenten zal worden onderzocht in hoeverre de constante dreiging van sociale uitsluiting non-coöperatief gedrag van groepsleden onderdrukt en prosociaal gedrag stimuleert. |