KNAW

Onderzoek

Oorsprong en handhaving van covariantie tussen genen voor partnervoorkeur...

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Oorsprong en handhaving van covariantie tussen genen voor partnervoorkeur en genen voor kleuring gedurende sympatrische soortvorming door middel van sexuele selectie bij cichliden
Looptijd 01 / 2000 - 06 / 2008
Status Afgesloten
Dissertatie Ja
Onderzoeknummer OND1297870
Leverancier gegevens Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)

Samenvatting

Partnerkeuze door vrouwtjes cichlide vissen uit het Victoriameer speelt een belangrijke rol in soortvorming en het behoud van soorten. Tijdens soortvorming verwacht je dat de mannen die gemiddeld zijn qua uiterlijke kenmerken, niet verkozen worden door vrouwtjes. Om dit te testen hebben we twee soorten cichliden, die verschillen in de kleur van de mannetjes, met elkaar gekruist waardoor we mannetjes kregen die gemiddeld waren qua kleur. Deze mannetjes waren verder gezond, in tegenstelling tot nakomelingen van een paardenmerrie en een ezelhengst die wel geboren worden maar onvruchtbaar zijn. Vrouwtjes van de twee soorten verkiezen hun eigen mannen boven hybride mannen, maar de vrouwtjes van de ene soort zien geen verschil tussen mannen van de eigen soort en hybride mannen. Vrouwtjes van de rode soort zien dit verschil wel. Dit betekent dat soortsvorming tot stand kan komen door selectie van partners door vrouwtjes. Als er in de natuur hybridisatie plaats vindt, bijvoorbeeld als de kleur door de troebelheid van het water niet meer zichtbaar is, zouden deze hybriden met de blauwe soort kunnen mengen maar niet met de rode soort. Deze inzichten zijn belangrijk voor het onderzoek naar het ontstaan van soorten en voor het behoud van de biodiversiteit.

Samenvatting (EN)

Coevolution of mate preference and coloration through the built-up of genetical covariance is a crucial step towards sympatric speciation by sexual selection. That mode of speciation seems to explain much of the explosive speciation rates of haplochromine cichlids in Lake Victoria and maybe in Lake Malawi. The two goals of this project are: (1) to identify the genetical mechanism of coevolution between mate preference and colouration in Lake Victoria cichlids: linkage disequilibrium that has to be maintained by selective mating, or physical linkage which protects once evolved covariance against recombination and may lead to particularly rapid speciation; (2) to identify the selection pressures that lead to build-up and/or maintenance of covariance between polymorphic preference and polymorphic colouration. The latter means asking for the conditions under which sexual selection becomes disruptive. Although evidence for disruptive sexual selection in sympatry is present from descriptive fieldwork and behavioural experiments, too little is known about the genetics of colouration and mate preferences, and about the conditions under which sexual selection becomes disruptive, to understand whether and when such selection can cause sympatric speciation. By making in one case two, and in another three generations of crosses between preference morphs and their preferred colour morphs, and between preference morphs and the nonpreferred colour morphs, we will test whether genes for preference and those for colour segregate independently, and whether disruptive variation in preferences has fitness consequences. By measuring 5 different potential fitness consequences, we will test predictions from different fuctional models of sexual selection: "good genes" models (e.g. sex-ratio selection, selection for parasite resistance) versus nonadaptive models, such as Fisherian runaway and sensory exploitation.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Classificatie

A90000 Zuiver-wetenschappelijk onderzoek
D21400 Genetica
D22300 Diergedrag, dierpsychologie
D22400 Ecologie

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie