| Vraagstelling 1. kunnen percentueel meer LSES-vrouwen met depressieve en/of stress symptomatologie worden bereikt met een interventie wanneer deze een bewegingscomponent bevat? 2. hoe effectief is alleen bewegen t.o.v. geen zorg, en biedt bewegen plus psycho-educatie meerwaarde t.o.v. alleen bewegen?. 3. wat is de waardering van de LSES-vrouwen voor deze nieuwe interventie Samenvatting Personen met een lagere sociaal-economische status (LSES) hebben een slechtere lichamelijk en geestelijke gezondheid dan personen met een hogere SES. Sociaal-economische kenmerken verklaren voor een belangrijk deel de psychische problematiek onder LSES-personen. Onder vrouwen komen depressieve en stressklachten 2 maal zoveel voor als onder mannen. Juist bij hen is er een geringere toegang tot de (preventieve) zorg. Met de huidige psycho-educatieve interventies ("In de put, uit de put") worden LSES-vrouwen onvoldoende bereikt. Daarom is een toegankelijke en werkzame vorm van klachtenreductie van depressie van belang. Vanuit de ervaring met Hartslag blijkt dat bewegen een goede insteek is om LSES-vrouwen te bereiken. Beweging blijkt een anti-depressieve werking te hebben. Daarom is een intervente ontwikkeld, specifiek op maat gesneden voor 20-55 jarige LSES-vrouwen, waarin de psycho-educatieve component wordt gecombineerd met een bewegingscomponent. Deze interventie wordt op effectiviteit onderzocht via een RCT-design. Met dit onderzoek wordt antwoord gegeven op de vraag of LSES-vrouwen met depressieve en/of stress symptomatologie in grotere mate worden bereikt met een psycho-educatieve interventie indien deze een bewegingscomponent bevat, of de interventie bijdraagt aan het voorkomen van (verergering van) de depressieve klachten en stress en hoe groot de waardering is onder LSES-vrouwen voor deze nieuwe interventie? De studie wordt afgerond in de vorm van een dissertatie. |