| Vrijwel elke kankercel bevat, naast transformerende mutaties die celgroei bevorderen, afwijkingen in de signaleringspaden die normaliter leiden tot gereguleerde celdood oftewel apoptose. B cel chronische lymfatische leukemie (B-CLL) wordt gekarakteriseerd door een (i.h.a langzame ) toename van kwaadaardige CD5+ B-cellen, die zich voor 99% bevinden in de G0/G1 fase van de celcyclus. De B-CLL wordt dan ook beschouwd als het prototype van een kwaadaardige ziekte die het gevolg is van een verstoorde apoptose, en niet van en abnormale delingsactiviteit. Hoewel het klinisch beloop veelal traag is ,overlijden uiteindelijk veel patiënten aan de ziekte, omdat er momenteel geen curatieve therapie beschikbaar is Recent is vastgesteld dat er, gebaseerd op de mutatiestatus van de genen die coderen voor het variabele deel van de immunoglobuline zware keten (IgVh), 2 typen B-CLL bestaan: de IgVh gemuteerde en de IgVh ongemuteerde CLL .. Dit onderscheid is klinisch relevant: patiënten met een IgVh-ongemuteerde B-CLL hebben een aanzienlijk slechtere overleving dan de IgVh gemuteerde B-CLL De moleculaire basis voor dit verschil in prognose is onbekend. Met behulp van een nieuwe multiplex assay hebben wij onlangs in een groep van 18 B-CLL patiënten een complete analyse gemaakt van de expressie van direct bij apoptose betrokken genen. In vergelijking met normale tonsil B cellen bleken B-CLL cellen (direct na isolatie uit bloed van de patiënt) niet alleen de reeds bekende overexpressie van anti-apoptotisch Bcl-2 te hebben, maar verrassenderwijs ook een sterk verhoogde expressie van de pro-apoptotische BH3-only familieleden Noxa en Bmf . Inductie van apoptose (spontaan of door cytostatica) ging bovendien gepaard met een een sterke opregulatie van het p53 afhankelijke BH3-only eiwit Puma. .Zeer interessant was de bevinding dat de PUMA opregulatie in IgVh -ongemuteerde CLL aanzienlijk lager was dan in de gemuteerde CLL.. Onze hypothese is dat er in B-CLL cellen een delicate balans bestaat tussen anti- en pro-apoptotische moleculen, resulterend in in vivo apoptose resistentie. Deze balans kan verstoord raken door een p53 afhankelijke inductie van activerende BH3-only familieleden, zoals PUMA. Hoge endogene spiegels aan Bmf en NOXA maken B-CLL cellen gevoeliger voor apoptose dan normale B cellen. In het huidige project zullen wij analyseren 1) hoe en welke interacties tussen Bmf, NOXA en PUMA leiden tot een opheffen van de Bcl-2 gemedieerde apoptose resistentie in B-CLL; 2) welke de verschillen zijn in apoptose regulatie tussen de IgVh-gemuteerde en -ongemuteerde B-CLL groep. Dit zal geschieden middels geavanceerde biochemische en moleculair biologische technieken. Dit project zal inzicht verschaffen in de moleculaire basis voor de apoptose stoornis in B-CLL en daardoor de mogelijkheid openen voor een rationele therapeutische manipulatie van de (verstoorde) apoptose paden. |