| Het uiteenvallen van het éne christendom dat, over de landsgrenzen heen, Europa bijeenhield, had consequenties van verschillende aard. Het is voldoende bekend dat met de Reformatie en Contra-Reformatie het cujus regio, illius religio principe van kracht werd. Over het politieke aspect is voldoende geschreven, over de implicaties voor de innerlijke religieuze levens van de betrokken burgers veel minder. Theologen wijzen weliswaar op de verschillende inhoud van de onderliggende geloofssystemen, sociologen op de eventuele implicaties voor het economische en sociale leven (Protestantse ethiek en kapitalisme), maar een braakliggend onderzoeksterrein is nog steeds het feit dat het om structurele andere vormen van geloven gaat, waarbij geloven begrepen moet worden als een werkwoord. Ook de band tussen dit geloven als innerlijke psychologische act en de hiermee verbonden verschillende types van gewetensvorming verdient verder onderzoek. Centraal staan de verschillende wijzen waarop geloofsformules en -voorstellingen gebruikt worden, en de wijzen waarop men aan de religie een moraliserende en soms disciplinerende taak toekent. |