| Rond 1900 verandert de status van de auteurs en kunstenaars. Het onderhavige project onderzoekt de aard, de oorzaken en de weerklank van de veranderingen in de verschillende socio-politieke en culturele contexten van literatuur en kunsten tussen 1880 en 1930. Tot nu toe heeft men in het onderzoek aangenomen dat veranderingen in de literatuur en de kunsten zich manifesteerden in een autonomiseringsproces dat zich in de late 18e eeuw en in de loop van de 19e eeuw voltrok (met parallelle verschijnselen in de domeinen van religie, politiek, economie en recht). Echter, rond 1900 is er een nieuwe fase in de autonomisering van het artistieke en literaire domein waar te nemen waarvoor specifieke maatschappelijke en institutionele factoren verantwoordelijk zijn te stellen en die de materiƫle en symbolische productie van literaire en artistieke werken en de perceptie van de rol die auteurs en kunstenaars daarin spelen bepalen. Dit project onderzoekt deze factoren en stelt de vraag in welke mate ze de kwantitatieve en kwalitatieve veranderingen in de produktie en perceptie van de literatuur en de kunst van de vermelde periode bepalen. Om deze vraag te beantwoorden worden in dit onderzoek tekst- en discours-analytische methoden gekoppeld aan cultuurhistorische en institutionele benaderingen. |