| Traditioneel hadden vrouwen een eigen plaats in het domein van de zorg voor het lichamelijk (medisch) en geestelijk ([ped]agogisch) welzijn. De (natuur)wetenschappelijke ontwikkelingen vanaf de 17e eeuw beïnvloedden deze positie, omdat nieuwe kennis beschikbaar kwam waar vrouwen veelal van werden uitgesloten. De toepassing van deze nieuwe kennis op de praktijk genereerde de professionalisering en vermannelijking van de (in eerste instantie vooral medische) zorg. In de 19e en 20e eeuw veroverden vrouwen gaandeweg de toegang tot deze professies, een ontwikkeling die uiteindelijk leidde tot een feminisering van het domein. Met de drie voorgestelde workshops wordt beoogd de geschetste ontwikkeling te verhelderen en te contextualiseren, onder meer via een comparatief perspectief. De dagelijkse zorg voor gehandicapten was lange tijd voornamelijk aan vrouwen voorbehouden en voltrok zich in de privésfeer. De professionele zorg voor fysiek en mentaal gehandicapten kwam vanaf het midden van de negentiende eeuw tot ontwikkeling. Daarin speelden zowel artsen en medische kennis, als (ortho)pedagogen en psychologisch-pedagogische kennis een rol. In de eerste twee workshops staat één specifieke professie centraal, respectievelijk die van arts en orthopedagoog. Het comparatieve perspectief krijgt hier vorm via bijdragen uit verschillende landen. De derde workshop vergelijkt de resultaten van de twee eerdere workshops met ontwikkelingen in pedagogische professies met een langere traditie van feminisering. De uitkomsten van de workshops zullen worden gepubliceerd in relevante internationale wetenschappelijke tijdschriften of in een bundel. 2005-6: Gender, ontwikkelingen in de medische wetenschappen en het artsenberoep 2006-7: Gender, wetenschappelijke kennis en het beroep van orthopedagoog 2008-9: Feminisering van medische en pedagogische professies |