| Het traditionele, klassikale onderwijs voor de exacte vakken wordt gekenmerkt door een deductieve denktrant. Daarbij worden een aantal grondbegrippen en aannames voor waar aangenomen en niet verder uitgelegd. De overige begrippen en eenheden dienen dan van de aanvaarde aannames en grondbegrippen worden afgeleid. Voor leerlingen is het moeilijk zich hierbij iets voor te stellen. Meisjes vluchten vanwege deze onzekerheid in een reproductieve leerstijl en gaan alle feiten uit hun hoofd leren. Jongens geven met hun aangeleerde bravoure niet zo snel aan onzekerheid toe en houden zich wel vast aan de grote lijnen. Juist deze staan centraal in het klassieke onderwijsmodel. Boltjes is er van overtuigd dat een andere manier van leren, die deze onzekerheid als uitgangspunt heeft, exacte vakken ook interessant kan maken voor meisjes. Zij formuleerde voor dat doel een onderwijsvorm waarin vooral het gebruik van voorbeelden centraal staat. Daarvoor putte zij uit haar eigen ervaring die ze opdeed toen zij zelf student natuurkunde was en toen zij later als docent natuurkunde voor de klas kwam te staan. Het voorbeeldgestuurde onderwijs gaat ervan uit dat goede informatieoverdracht als volgt plaats vindt: uit een praktijkvoorbeeld worden op geloofwaardige wijze de grote lijnen afgeleid en vervolgens worden deze grote lijnen weer vergeleken met andere soortgelijke voorbeelden. Dit vormt volgens Boltjes dan de opstap naar abstract denken. De leerling voelt zich daarbij op alle momenten zeker omdat de voorbeelden uit de ervaringswereld van de leerling zelf komen, deze begrijpt zij dus. De kracht van voorbeeldgestuurd onderwijs is dat het tracht de leerling een zo groot mogelijk gevoel van zekerheid te geven. Om het model te toetsen, ontwikkelde Boltjes een evaluatieformulier met behulp waarvan de veranderingen in lesgeven te meten zijn. Vervolgens kregen studenten van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden en de leerlingen van twee HAVO-3 klassen onderwijs volgens het nieuwe model aangeboden. Uit de evaluaties van studenten en leerlingen (zowel jongens als meisjes) en de spontane reacties van meisjes in de lessen natuurkunde blijkt dat meisjes beter leren bij voorbeeldgestuurd lesgeven. Opvallend is dat ook jongens het nieuwe systeem hoger beoordelen dan het klassieke onderwijs. Boltjes denkt dat de verklaring hiervoor is dat hoewel jongens minder toegeven aan hun onzekerheid, ook zij onzeker zijn. Al met al gaan zowel jongens als meisjes vooruit bij het gebruik van voorbeeldgestuurd lesgeven. De docenten waren daarbij enthousiast. Ze hebben voorbeeldgestuurd lesgeven ervaren als een natuurlijke en plezierige manier van lesgeven. Boltjes pleit er dan ook voor de voorbeeldgestuurde leer- en lesmethode in te voeren in het onderwijs, zowel bij exacte vakken als ook bij andere onderwerpen met een hoog abstractieniveau. |