| Promovendus Mario van de Visser deed onderzoek naar ergativiteit. Ergativiteit is een verschijnsel waarbij het direct object van een transitieve zin dezelfde behandeling krijgt als het subject van een intransitieve zin, contrasterend met het transitieve subject. Als het Nederlands een ergatieve taal zou zijn, zou een zin als 'ik zag jou' worden geformuleerd als 'mij zag jij'. Dit verschijnsel komt in beperkte mate voor: slechts een kwart van de talen in de wereld kan ergatief worden genoemd, en binnen dat kwart is het gebruikelijk om ergativiteit te beperken tot (bijvoorbeeld) zinnen in de verleden tijd. Vanuit dit oogpunt is het volgens Van de Visser niet wenselijk om het voorkomen van ergativieve patronen te verklaren met behulp van een aparte ergativiteitsparameter, zoals in het verleden is voorgesteld. The marked status of ergativity laat zien dat het anders kan: ergativiteit kan worden gekoppeld aan een (onafhankelijk gemotiveerde) parameter die veronderstelt dat er talen zijn die werkwoordelijke argumenten verplicht als pronomen realiseren. Deze hypothese wordt getoetst aan zinnen die Van de Visser verzamelde bij sprekers van het Baskisch, Abchazisch en Tsjerkessisch (Noordwest Kaukasisch), Kurmanji (Koerdisch), Tzeltal (Maya) en de Indianentaal Nez Perce. Het voorgestelde model biedt een verklaring voor alle voorkomende ergatieve patronen, en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan het blootleggen van een Universele Grammatica (UG). |